Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

124 DE WINTER.

Met myn' vriendin te Ieezen of te fcbryven, (bis.\

Of wat te praatcn, kan den tyd By my zeer aangenaam verdry ven,

Van 't rustloos ftadsgewoel bevryd. (bis.)i 'k Heb elders geen vermaak te zoeken; Ontbreekt my hier wel iets? ó neen. 'kBen by myn Naald werk, en myn'Boeken..

En Lesfenaar volmaakt te vreên. Men mag, ö Ja, het winter Buitenleven, (bis.)

Gelyk de braave Sluiter zegt, Den naam van buiten leven geven;

En is de woordenfpeeling liegt, (bis.) 't Is toch zo met de zaak gelegen. Wat gaan hier avonden voorby, Waarin wy geen gezelfchap kregen; o Wat geluk, dus leeft men vry!

.j, VERTEL-

Sluiten