Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

2jO HET HUISLYK LEVEN,

DE VROUW.

Wel lieve man, hoe kan het wezen

Dat je me ook altyd tegen zyt? Je zit den helen dag te leezen;

't Is of je myn gezelfchap mydt. Met wie zou ik van zaken fpreeken,

Dan met myn eigen man? 't Is zoet! Wy zyn nog naauwlyks zestien weken

Getrouwt, en ik doe reeds niets goed.

Ik poog het alles te overleggen;

'k Ben altoos thuis, gelyk je ziet; Ja wél mogt Tante Keetje zeggen:

Nicht, vryheid, blyheid! trouwt toch niet lk was niet wvzer als een ander,

Maar dagt ter goeder trouw, dat wy Zó leven zouden met elkander

Als in de zoete vryery.

o My,

Sluiten