Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ïl8 de blyde t' huiskomst»

Zy fchreeuwden niet dan: dam jou, dam! J)utfch Divels! bles the King,

En 'k weet ha^lt zelf niet hoe het kwam Dat ik een wond ontfing,

Zo wat ter zyde van myn hals; Het bloed droop langs myn veft:

Wel, blikkedoos, wat wierd ik valfchi En Flipmaat kreeg de reit,

Hy viel mors dood, die goeye vent. Nou, 't was al zo! zie daar,

Zyn dapperheid is ons bekent, Het moeide ons allegaer:

Maar, kom, hy ftierf op 't bed van eer, Zo als het fpreekwoord luid:

Een braaf Matroos verlangt niet meer. Eéns moeten we er tog uit.

Poch

Sluiten