Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

242 HET DANKBAAR WEESKIND.

In allen ftand hoop ik myn pligten, Naar myn' Beftemming, tè verrichten,

In zoet, in zuur, in vreugd, in fmart; ('k Word opgemerkt of ook vergeten,) ik hoor altoos naar myn geweten,

Steeds veïg ik de uitfpraak van myn hart?

Maar! 'k heb myn' zwakheid ondervonden. Laat dus op u myn' hoop zich gronden,

Wiens hand zo vroeg my heeft geleidt! Dan zeg ik nog, dees aarde onttoogen, Wat zyt ge aanbidlyk in myne oogen,

o Heilige Voorzienigheid!

D E

Sluiten