Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE GELASTERDE ONSCHULD. 245

Zeg, al wat gy wilt, Gy kunt my niet krenken;

De onfchuld is myn fchild: Ik blyf aan het denken.

Nog een oogenblik, En 't zal al verdwynen.

Dan zult, gy en ik, Voor Gods troon verfchynen.

Dan, o laage nyd, Zal myne onfchuld blyken;

Daar zult gy, o fpyti! Ook geen vonnis ftryken. .

Krenk myn goeden naam, Wat zal my dat fchaaden?

't Vuile van uw blaam Hecht niet op myn' daaden. .

* DE

Sluiten