Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 8 )

Seer Christlyck was gedreven Myn Princelyck gemoet : Standvastich is gebleven Myn hert in tegenfpoet. Den Heer heb Ick gebeden Van mynes herten grond D"t hy myn faeek wil reden, Myn onfchult doen oircont.

Oorlof myn arme Schapen, Die zyt in grooten nood: U Herder zal niet flapen, AI zyt ghy nu verrtroyt. Tot Godt wilt u begeven, Zyn heylzaam woort neemt aan, Als vromé Christen leven, 't Zal wel eens zyn gedaen.

Voor Godt wil ick bWyden En zyne groote macht, Dat Ick tot geenen tyden, Den Korilngh heb veracht; Dan dat Ick God den Heere Der hooghfter Majesteyt, Heb moeten obedieeren In der Gerechtigheydt.

Zie daar, M H.! dit zoo gerugtbaarend gezang, het geen wij hooren luidkeels opzingen, zoo dikwerf een illuster Perfonagie uitliet Doorluehsig huis van Oranje door zijne waardigheden aan dit Gemeenebest verbonden, of aan hetzelve al naauwer en naauwer verknogt word.

Iï. Het

Sluiten