Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

( 13 )

myn Zwager. Ik had order gegeeven, dat geene7 brieven anders als aan my moeften ter hand gefield worden. Tegen den avond wierd ik van myn kamer geroepen. Myn Neef had een tweede expresfe gezonden. Ik begreep terftond wat het was * en ontftclde. Ik las den brief haaftig over. Myne vrouw was in de tuin gegaan , ik zag haar aan 't einde van de berceau zitten, met een pepier ins de hand. Zy wierd my niet gewaar , voor dat ik vlak by haar was. Zy ftak het papier weg, er* ftond op. Hoe? zeide zy, gy zyt ontdaan? Ik vatte haar hand met beide de mynen, en herftelde my zoo veel mogelyk. „ Zyt gy waardig eene Nederlandfche vrouw te zyn, zeide ik, en zyt gy

eene Chriften? Ik zag haar fterk aan. Haar

wezen onderging geene merkelyke verandering. " Myn Broeder is dood ? zeide zy: op een veel gelatener toon dan ik. Ik gaf haar den brief over,

zonder te antwoorden een Druiftros .....

dsjlaap van V hoofd de linker borjl .....

Zy reikte my den brief toe. „ Zoo in ée'nen dan! Zeide zy : buiten twyfFel zonder eenig gevoel! in één ogenblik. — Daar! „ Zy floeg haare oogen en handen ten hemel. „ God zy eeuwig ge-; loofd! "

6 Myn Vriend, dat ik zeggen kon, hoe eer.-? waardig my myne vrouw was op dat ogenblik. Zulk een offer! Zoo geduldig, zoo goedwillig» B 3 zog

Sluiten