Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

( 120 )

lend karakter en temperament der beide Wysgeeren , zulk een tegengeltclden indruk op hen maakten , dat de een hartelyk lachtt. by 't geen den anderen, zoo dikwils als hy 'er aan dacht, mismoedig en treurig maakte.

Wat den derden, namentlyk Timon den Athenienfer, betreft, ik weet niet of men by eenigoud Schryver, die van hem handelt, ergens een onderzoek of duidelyk bericht vindt, nopens de aanleiding en oorzaken, die dezen Wysgeer op die trooitloze denkenswyze of liever gemoeds-neiging, heeft doen vervallen , die hem den toenaam van menfchen-hater verworven heeft.

Dit is zeker, dat dit laatfte oogpunt zoo fterk ïs, dat men van Timon niet wel vooronderstellen kan, wat men van Democritüs en Heiiaclitus mogelyk nog zou kunnen toegeeven, dat hy den tnenfeh, over 't geheel genomen en in alle deszelfs verfchillende eigenfehappen befchouwd had, zoo dat het product of refultaat, 't geen uit deze volkomene befchouwing by hem ontftond, na afweeging van het goede teegen het kwaade, die uitwerking op hem deed, dat hy oordeelde de menfehen niet anders als te kunnen haten.

Liever willen wy gelooven, dat deze Wysgeer met vele andere oude en nieuwe Wysgeeren een

zeer

Sluiten