Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 136 )

kend worden aan het ergfte vergif, in allen opzichte: vergif voor de perfonen^ tegen welke zy gericht zyn: vergif voor de Lezers; vergi' voor de Natie over 't geheel, voor alle hare burgerlyke, zedelyke, godsdiemtige begrippen en bcginfels: ja vergif voor de Schryvers zelve, wier karakter by het behandelen, by het prajpareeren van dat vergif meer en meer verdorven wordt.

Ik zeg, vergif, dat is verderf, voor alle burgerlyke, zedelyke, gódséienfbge begrippen van de Natie over 't geheel: en ik haal myn woord niet in, offchoon ik hier niet van flcchte of zogenoemde verboden boeken over 't geheel, van boeken waarin de Godsdienit aangetaft, van boeken wi-ar door de zeden verdorven worden, in 't algemeen fpreeke: maar alleen van paskwillen, van lafterfchriften, van zulke fchandfehrif en als by gelec^enheid der tegenwoordige troebelen dagelyks in ons Land uitkomen en ongeftrafd verfpreid, ia publiek aangekondigd en verkocht worden. De leugens en lafter daarin vervat, de belediging van perionen de misreprefentatie van zaken, de verkeerde politieke beginfels, en algemeene of meer byzondere valfche denkbeelden van de belangens der Natie die daardoor verfpreid en onder het gemeen gebracht worden, en zoo langzamerhand in volksbegrippen en vooroordeelcn ontaarden , zyn het enige kwaad niet, dat genacht wordt door dezelve*

Dc

Sluiten