Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

( i8o )

meer daar ik my niet behoef uit te laaten, in hoff verre ik de begrippen van den fchryver voor de myne aanneeme. Itc zal my der hal ven eenvoudig tot dezelve ref^reeren; en aan u, Mynheer , en aan 't Publicq overlaaten om te oordeelen, in hoe verre zyne Reflexien gegrond zyn of niet. Ik heb de Eer te zyn, &c. —

m • *

■%mtmtmmÊmmumÊÊmÊÊmmmmmmmmmmmmmmm

I X.

Tweede Brief van een Heer uit het Weftelyk ge* deelte van de Stad, aan zyn Vriend in de City (*).

Myn Heer,

st Ik ben niet weinig geflatteerd van te vindefr n< dat myne gedagten over onze ruptuur met de j, Hollanderen, zoo volmaakt met de uwen over& eenftemmen, dat gy verlangt dat ik dezelve wil„ de in 't licht geeven, of u toeftaan het zelve te

doen. Dan, fchoon ik al toeftond, dat zy zoo „ interesfant waren, als het u behaagt dezelve te

„ doen

(*) Toe onderrichting van die geenen, die deese benamin» gen niet mochten verftaan, dient, dat tVeflminfter of bet Wejtetjk gedeelte van Eondon , eigentlyk dat gedeelte is , waar hes Hof zyne Refidentie houdt , en dat de Oude Stad of de Gij jjat gedselte is, waar de Kooplieden wosnen.

Sluiten