Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 301 )

-A-er het is onmogelijk, dat de Apostelen door bedrog de ,

erfte'christenen hebben kunnen overhaaien, ten zij dezen, twftond na hunnen overgang, met die bedriegers de hand • één fiaan en te gelijk met hun , ter voordplanting van dit bedroe hebben willen medewerken. Maar hoe is dit nu «. vermoeden van zoo veele duizenden, die het christendom in die tijden omhelsd hebben, en die gaven deelachtig zijn «•weest» en hoe was het zelfs mogelijk? Dan zouden de lemeene lieden, want de eerfte bekeerden tot het christelijk Lóóf waren voor het grootfte getal zeer gemeene lieden, in 't heimelijk taalkundigen moeten geweest zijn; dan zouden zii bij geval het toekomende hebben moeten gisfen , en zouden ook die dooden, die zij opwekten, die kranken, die zij o-enazen, in het geheim moeten geweest zijn; dan zouden die dooden, die kranken, flegts geveinsde dooden, {Wts geveinsde kranken hebben moeten wezen. Hoe is het nu mogelijk, dat 'er onder zoo veele duizenden van menfchen zulk eene eensgezindheid om de wereld te bedriegen en dat met een onvermijdbaar doodsgevaar, zou hebben'kunnen wezen? Hoe is 't mogelijk, dat dit plaats zou hebben gehad onder menfchen, zoo verdeeld 111 veelen van hunne begrippen, op dien godsdienst zeiven betreklijk? onder zoo veele bekeerden uit Joden en uit Heidenen, waar van de eerften zoo fterk ijverden voor 't behoud hunner plegtigheden? onder zoo veele ketters, die, van de leer der Apos°telen wel afwijkende, nogthands den grond van de leer wilden behouden, en die nimmer tegenftreveren eenig bedrog verweten hebben?

Maar zoo deze wonderdaadige gaven, den eerfte christenen ei*en, gewisfe bewijzen zijn, dat de Apostelen geen bedriegers zijn geweest, zij verzekeren ons nog fterker, dat zij geen Dwepers waren. De dweperij, wel is waar, kan de mensch tot de groffte buitenfpoorigheden vervoeren; '« menfchen verhitte verbeelding kan hem zeer ligt tot een' geestdrijver maaken, en hem alle zijne herfenfchimmen voor in. .gevingen des hemels, voor openbaringen doen nemen. De dweperij kan den mensch den dood, den fmertebjken dood doen braveeren ; maar kan zij den mensch de kennis der taaPp 3 len

Sluiten