Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 3o6 )

Messia en zijns leer is waarachtig en Godlijk. ■ Tn. dien wij van deze waarheid niet overtuigd zijn, maar onze oogen voor dit licht fluiten, kunnen wij nimmer deelen in al dat heil, dat Christus voor de zijnen heeft verworven; —— Doch deze geloovende en hem als onzen eenigen Verlosfer erkennende , weten we niet alleen dat

onze fchulden door hem volkomen zijn afgedaan maar

dat hij, als onze Verlosfer, Koningen Voorfpraak in den hemel leeft, en ons ook eens tot hem in die zalige gewesten zal overvoeren. Deze overweging moet ome liefde voor onzen jesus

des te tterker ontvlammen. Dat dan onze Lofliederen

alle de Tempelen doen wedergalmen dat we allen

juichen:

„ Hallelujah, het Lam dat geflagt is, is waardig te „ ontvangen , de kragt, en rijkdom, en wijsheid, en „ fterkte, en eer , en heerlijkheid, en dankzegging (*)."

Indien christus ten hemel gevaren is en ons daar eene

plaats bereid dan is daar boven ons Vaderland,, onze

f.;hat, ons eeuwig al. (Vij moeten uit dien hoofde

aan het aardfche ons niet ie fterk vast maaken, maar, volgends de les van paulus, zoeken de dingen die boven zijn. . , , ,

Ja, mijne medechristenen! laten wij ons al vroeg van de' wereld losmaaken, ons hier als reizigers en vreemdelingen gedragen, die, (t) hoewel inwooners der aarde , ten zelfden tijde wezens zijn, die naar den hemel gaan. — Dat dan een ieder onzer dikwerf tot zich zeiven die taal voere: „ Wel aan mijne ziel! zie toch uit naar uw eigen land, zet uwe genegenheden niet op ongefradigen rijkdom, op verganglijke eer, maar op hemelfche fchatten en onfrerflijke glorie. Deel van het uwe mede aan de arme leden van christus, uwe reisgenooten. Een,kleine teerpenning is u genoeg in uwe vreemdeüngfehap. Laat u nooit door

haare

O Openb. V: 12.

Ct) joannes chrysostomos fchreef aan zijnen vriend Sir. iacus , die hem over zijne ballingfchap beklaagde. Uit volgen, de: ,, Gij begint mijn ballinglchup nu ie beweenen, maar ik heb dat „ leeJs een langen tijd te vooren gedaan; want ledert ik begreep,

dat de hemel mijn Vaderland is, heli ik de gehet-Je wereld als een „ Hiaat van bsllinglchap aangemerkt. Conjïantinopel. w;>.ar uit ik ae„ binnen ben, is niet dig'er bij het Paradijs dsn de Woestijn waar „ iu men mij verzonden heeft."

Sluiten