Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

( 303 )

wijl wij hier in onze vreemdelingfchap omzwerven eei duung o? den hemel zijn. Hier mede moeten we door gelove en hope eene geestelijke verftandhouding oefenen want daar door krijgen wij weieens de eerftelingen en voorfinaaken der zalige vruchten van het altijdgroenend

Eden Zijn onze harten hier vol van, laten 'er dan

onze monden ook van overvloeien. Dat anderen geftadie fpreken van hunne werkzaamheden, van hunnen toeftand van hoogten en laagten; wij zullen redenen van de voorwerpen des geloofs, van den hemel, de liefde van .christus de algenoegzaamheid zijner verdienden, de ontferming van zijn medelijdend hart, en de geduurzaamheid en kragt zijner voorbidding. b 1

Hier aan hebben wij fprekensftof door alle de eeuwen. Die (tof zal ons door heel ons leven vervrolijken in de gevaaren verlterken, in 't fterven bemoedigen, en

in de eeuwigheid volmaaken veremrelen zali-

gen. Verheugt u Godvruchtigen! heft uwe hoofden naar

boven! Daar is uw Vaderland . uw Paradijs uw

Ichat uw erfgoed —— uw eeuwig verblijf!

Daar oyer moet ge redenen daar over moet elk

uwer, in het licht van Gods heerlijkheid, verrukkend juichen:

" ludutt IK U verSete> o Jerufalem! zoo vergete mijne „ rechrehand haar zelve! Hoe lieflijk zijn uwe wóoningen, „ o lieer der Heirfcharen! mijne ziel is begeerig en be„ zwijn van verlangen!"— Wat moet niet de hemel zijn, mijne Vrienden! daar we zoo weinig van weten en zoo veel van gevoelen! . .

Is jesus ten hemel gevaren en bereid hij daar voor ons eene p.aais, hoe groot is uit dat gezisitpunt de waarde

yan een mench! Gods Zoon daalde neder — veree-

nigde zich met de menschheid en leed en dierf voor ons — voor ons onwaardigen, op dat wij nimmer lijden, eeuwig leeven zouden leeven? ...

Ja, hoort het, gij volken! hoort het, gij dooden!

Hij is opgedaan! heft uwe hoofden op, gij poorten! en verheft u, gn eeuwige deuren! op dat de Koninu' der eeren inga! Wie is deze Koning der eeren? f*) Hij is het, die den troon zijner heerlijkheid verliet, en voor vloek! waardigen ftierf aan het moordhouc Heft uwe hoofden

Cj V. XXIV.-7*-ig.

Sluiten