Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

( 209 )

A*n nn ril poorten! en verheft u, gij eeuwige deuren! op den op, g'J po"ric . wie is d Koning der

dat d^H s§lS drden nlverwoestenden dood verfloeg, fiT^ne moorifpiets ontweldigde, en die de voldaane en yeAeefc wet houdt in zijne handen. Hij is de Koning

verhceiujKce; menfchen — zondige menfchen —

v" rm^/tot engelen. - Een kind van flof is gemaakt tot ^oSSS»» — Gevoel hier uwe waarde o Gij, een omteiu j ^ ^ ms d£m Men overeenkomitig

onze^waarde — onze grootheid gedragen en alomme onze

WaMaarToeTj^ en vreugderijk is de gedachte

Va"E^%^ULe^nVWjdl'eeft als onze Koning als onze

VÖorfpraak • als onze Verlosfer. .

„ Bedroeven ons onze zonden — onze afwijkingen; in het euangeli lezen wij: wij hebben eenen Voorfpraak bij

dei Vader, Jesus christus, den rechtvaardigen.

Aan dezen kunnen we onze nooden biddende opdragen, en hii zal ze weder opdragen aan zijnen Vader aan zijnen V der — die hem nimmer zal afw ijzen. — Dewijl wij dan broeders vrijmoedigheid hebben, om m te gaan in het heiSm —- en dewijl wij een grooten Hoogepnester over het huis Gods hebben: zoo laat ons toegaan met een waarachti" harte, in volle verzekerdheid des geloofs. (*).

_ Worden wij dikwerf door twijfelingen over ons geloof en onze verwachting geflingerd. _ o Dat wij toch op de beloften leeven, en geduurig gedenken dat jesus, ten hemelvarende, dien Geest ons beloofd heeft te zenden, door weken wij verzegeld worden, tot den dag der verSe ft"). Die zelve Geest nu getuigt met onzen geest, dat wij kinderen Gods zijn. En indien wij; kinderen zijn, zoo zijn wij ook erfgenaamen, eifgenaamen Gods en medeerfgenamen van christus. (§).

_ Denken we wel eens: ö zou jesus ons wel tot hem

nemen! De begeerte van jesus zelf zal ons hier

omtrend allen twijfel benemen: Zoo bad hij ze f: „ Vaer ik wil, dat daar ik ben, ook die bij mi, zijn, die " rij mij gegeven hebt, op datze mijne heerlijkheid mogen fanfehouwen, <lie gij mij gegeven hebt, want gij hebt * mij lief gehad voor de grondlegging der wereld. (*) ^

! (O mr. X: to—'22. CD £/**• IV: 30. ® Rom. VHIt 16,17.

W J°** XYUi 2*' q 3

Sluiten