Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 318 )

zij zoo ontfleld waren, de één den anderen gevraagd hebben, wat is'er te doen? Zullen zij in hunne verbaa-

zing dit niet aan elk, welken zij ontmoetten, en dus ook aan de Apostelen hebben gevraagd? Op deze wijs is het allernatuurlijkst, dat de Apostelen hen konden onderkennen. . .

Of zou het anders ook bedenking baaren kunnen dat die zelfde Geest ,< welke de Apostelen die taaien leerde, hun ook aangewezen heeft,welke taal zij tot dezen en dien fprei ken moesten? Niemand kan hier in een fchaduw van ongerijmdheid ontdekken. In tegendeel het wonder was

daar door te treffender voor die menfchen. Hoe- moesten zij denken hoe kunnen die menfchen weten,

welke mijne moedertaal is, dat zij mij juist daar in aanfpreken ! —-

- Hoe dit zij- — deze menfchen waren geheel, verrukt en als buiten zich zeiven En waarlijk! niet zonder rede. Zulk geval ging alles 'te boven!

' Onze opmerking verdient intusfchen vooral ook, dat het wonder 'op dien tijd voorviel. — Nooit was 'er zoo veel volk bij een dan op de hooge Feesten' der Joden. Nooit waren 'er menfchen van alle oorden der wereld bij een, dan op zulken tijd. Was nu 't hoofdoogmerk van de bediening 'van 't Euangeli dat aan alle volkeren het Euangeli moest gepredikt worden , dan kon 'er nooit iets gebeurd zijn , of op- beteren tijd zijn voorgevallen, dan dit wonder op dezen tijd. Die menfchen toch gingen ten eerden wederom elk na zijn land. Kon bet anders of zij moesten zulk eene zaak overal, waar zij kwamen, verfpreiden. Wat zouden wij doen, wanneer wij zulk een geval hadden bijgewoond? Zouden wij daar van niet fprékenV Of zouden

wij het overal uitroepen? Twijfelt gij cianook, of

die menfchen aan hunne huisgenooten, bij hunne 't huiskomst, die gebeurdenis zullen hebben verhaald? Hier door nu werd in zeker opzigt de weg ai gebaand voorde Apostelen om in alle landen bij andere volkeren het Euangeli te verkondigen. —

Maar zouden- wij het fpreken in die vreemde taaien op deze wijs te begrijpen hebben, dat de Apostelen alleen nu en dan — als het nodig was — door den Geest vreemde taaien fpraken en zulks niet doen konden in dien tusfehentijd. Dit is de gedachte van zeer veelen. Maar — zou het zwaarigheid in hebben, dat wij erkenden, dat de Apostelen die bikwaamheid altoos hebben bezeten. Dat zij geduurig enkele werktuigen (maekines) zouden zijn geweest, blijft

ons

Sluiten