Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 319 )

ons zee' bedenkelijk. Wij zien niet, dat het onbegrijpelijker is dat hen de taaien in 't geheugen werden ingeprent, dan dat die aan hunne fpraakdeelen alleen als meedegedecid zouden zijn geweest. — Hoe maakten het de Apostelen ook toen zij in alle landen aan Heidenen , welke taal de Apostelen niet verftonden, het Euangelium prediken moesten ? Wat fpraken zij in de gemeene famenleeving ? Kan men hen al dien tijd in alle die landen enkel als werktuigen befchouwen , welke de taal van zulk een land niet verftonden? Tom voor ons zijn dierhalven van oordeel, dat, gelijk de bekwaamheid om het Euangeli te verftaan hun werd medegedeeld door den H. Geest , die hen van vooroordeelen zni» verde zoo ook de bekwaamheid om vreemde taaien te fpreken , wanneer het te pas kwam , hun verleend is geworden Dit ftemt meer over een met hunne Godiijke waardig*, disheid, dan dat wij hen den meesten tijd van hun leeven en nog 'wel als Apostelen tot enkele machines maaken. Zij verkeerden onder de Heidenen om het Euangeli te prediken. Dat zouden zij enkel als machines hebben gedaan. Wij kunnen van ons niet verkrijgen dit te gelooven.

]yraar hoe konden andere Joden van die gebeurdenis

zeggen, dat de Apostelen dronken waren? Indien zij waarlijïTvreemde taaien hebben gefproken, dan was 't immers al

te lomp , dat zij ze voor dronkaards hielden. Maar

wie waren die Joden, welke dit zeiden? Niet de vreemde

maar de inlandlche Joden die gezworen vijanden van

jesus en zijne aanhangers. ■ • Deze boorden de Apostelen fpreken zekerlijk tot lof van den Heere jesus, dit moest, dachten zij, ingang vinden bij die menfchen, tot welken de Apostelen fpraken. Dit verbitterde hen. Zeg nu eens, wat konden die vijanden van den Heere jesus en zijne Apostelen anders zeggen, dan — deze menfchen zijn dronken. — Was 't zeggen derPharizeën — (en dit waren nog al de verftandigfte, of geleerdfte van de Natie —) wel iets beter, toen zij zeiden, dat jesus door den overfte der duivelen de duivelen uitwierp. — Wat konden op het Pinksterfeest de Joden al anders zeggen — dan zij zijn dronken. — De Apostelen fpraken zekerlijk veel _ en met ijver. Dat nu doen dronken menfchen ook. — Dierhalven dat zeggen had nog al eenigen fchijn in 't oog van een mensch, die iets zocht, zelfs meer fchijn dan het zeggen der Pharifeen, dat de Heere jesus door den duivel de duivelen uitwierp. Intusfchen was niets zoo belachelijk

als het zeggen der Joden — zij zijn dronken. Wij fpreken

Sluiten