Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

( 320 )

ken thands niet van de verdediging van petrus, waarin hij de Apostelen vrij pleit van dien blaam. Het volgende alleen willen wij in overweging genomen hebben. -— Leert de dronkenfcliap ooit vreemde taaien. Dat iemand, die eene taal kent, in dronkenfchap die taal beter fpreekt dan op andere tijden, Iaat zich begrijpen — maar dat de dronkenfchap

den mensch vreemde taaien zou aanbrengen hoe dwaas

is dit! — waar is dit ooit gehoord! — Die lasteraars

getuigden dierhalven hier tegen hen zeiven. Hoe denkt

gij —— zullen die uitlandfche Joden hen hebben aangezien

toen zij zeiden zij zijn dronken? Hoe zullen deze

en wel met alle recht en rede, gedacht hebben, wat wilt zii ons diets maaken ? Dronken menfchen zouden duidelijk andere taaien — veele vreemde taaien fpreken — en dat bedaard zelfs over Godsdienftige zaken! — Waar ziet gij

ons voor aan? — moesten zij denken Meent gij

dat wij zulke onnozele bloeden zijn, die ons dit zouden willen laten op de mouw fpelden, dat de wijn, de dronkenfchap iets Ieeren zou, en wel in een oogenblik, waar aan de fchranderfte mensch veele jaaren werk zou hebben. Komt — moesten zij denken — dat is dwaasheid , dat zij dronken zouden zijn. Dit te zeggen en het te meenen verraadt ten duidelijkfte eene onverfchoonlijke partijdigheid. —— Gelijk dan dat wonder groot was in 't oog dier menfchen, laat het ook in onze oogen groot zijn en blijven, om dien grooten Infteller van jesus Godsdienst daar in te aanbidden en te verheerlijken. ■

NB. In het hoogduitfcha versjen op bl. 280 voor die leze men dir.

T» AMSTERDAM ty MARTIN ÜS de BRUIJN, Ia de Warmoesitraat, het zesde Huis van de Viscblteeg, Noordzijde,

Sluiten