Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 322 )

nietele Geesten', de Voorzienigheid te lochenen , en te zeggen: dat het menschlijk geflagt voor den troon Godsniets meer is dan een misthoop in onze oogen; dat het den grooten Wereldmonarch niet betaamt zich om aardwormen te bekommeren; dat de eens te faam verbonden kragten der natuur naar de haar voorgefchreven wetten voord werken, zonder dat zich God met de gevolgen behoeft te bemoeien; dat het vernederend voor God is, dat hij op Mos, op Infecten, op regen en dauwdroppelen, op de bladeren der boomen en dergelijke kleinigheden acht zoude geven. I G. Wee' dié valfche wijsgeeren , wanneer de Natuur hunne mensch vernederende gevoelens den bodem inflaat! Wie kan op de wereld leeven, wanneer 'er geen Opperheer, geen Opmerker, geen Rechter en Vergelder meer over ons is! Zoo zoude haast de vuige Wellust en wreede Tirannij alles overheerfchen, en de zwakke, ongewroken vertreden zijnde, zoude zijn aanwezen vervloeken en bezwijken in de verachting van zijn Oorfprong.

V. Dat God het geheel zoude behouden zonder eene volkomen en nauwkeurige kennis van alle bijzondere deelen is eene gedachte, waar tegen zich de gezonde Reden verheft. Het geheel is niets,daneene verzameling van alle bijzondere deelen. Het geheel lijdt, zoo ras'er een deel verloren gaat. De wereld zou bijgevolg die volkomen wereld niet meer zijn, zoo dra 'er ééne nommer uit de lijst der fchepping gemist wierdt.

G. Is het dan waar, dat God voor de onderhouding van alle dieren zorgt, zoo moet hij ook weten, hoe veel 'er in ieder jaar, in ieder werelddeel, in ieder omtrek aanwezig zijn. De voorraad van voedfel,dien hij in de zee gefchapen heeft, moet gelijk ftaan met het aantal Walvisfchen, Zeehonden , Hoorn-eu Schulp Dieren, Visfchen, Infecten,Wormen, die aich in den Oceaan ophouden. En de fpijze, die hij den fchepzelen op het vaste land uitdeelt, moet insgelijks naar derzelver meer of minder behoeften geëvenredigd zijn; gelijk een Veldheer, ter bezorging van de noodzakelijke behoef-

Sluiten