Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 328 )

in Amerika gevonden wordt, dan niet. Maar Amerika een' bloeienden lusthof, of een zandwoestijn is, of de uitnemendfte planten daar gedijen en voordkomen, kan ons niet onverfchillig zijn; en dus moeten wij ook voor de on. derhouding van dat dier dankbaar wezen. Een onbefchrijflijke menigte wormen knaagen fteeds in-de aarde aan de wortelen der planten. Anderen hooien ze uit, en beiden veroorzaken den dood dier gewasfen. De Schepper vond goed de fterke uitbreiding der planten door deze wormen te bepaalen , en aan den wortel onder de aarde weder andere gevoelige wezens wel te doen. Maar ook dezen moesten

niet te talrijk worden om die rede plaatfte hij aldaar

dat Fret, dat met zijn fcherpa nagelen geftadig in de aarde graaft, en met zijn langen beweeglijken en flerkruikenden neus, gelijk de zwijnen bij ons, overal wroet, en zich dikwijls tot aan den flaart in de aarde graaft, en de regenwormen, die daar zijn geliefdfte kost zijn, van de wortelen der planten wegvreet, even als bij ons de Mollen deze onderaardfche verftoorers vervolgen, en dezelven — hoewel van veele duizend menfchen, die het niet der moeite waard achten, hun woonplaats te leeren kennen, ongekend en ongeacht — verminderen. Gefield, dat de Schepper dit Dier niet beminde , niet voeden of befchermen wilde; zouden wij wel die foort van kostbare wol van Vigogne , die foort van Kameel op Cor dilleras, — zouden wij wel zoo veel Indigo, Ipecauanha, zoo veele zoorten van hout, Chinafchellen, Kakaohoonen, Vanille , Rucu, zoo veele verwftoffen, Rijst, en andere waaren uit America alle jaaren kunnen bekomen ?

V. Alle de werken des Heeren zijn groot. Vreugde en rust flroomen in de ziele der genen , die ze befchouwen.

Dat dan 't geringde kruidje, eer men 't vertrap', veel mêer Ons, door zijn nuttigheid, des Scheppers goedheid leer ?

Te Amfterdam, bij M. de BR.UIJN, in deWarmoesftatat.

Sluiten