Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 332 )

Hij fpreekt dan hier van zijn voorig gedrag en dierhalven dwaalt die Geleerde, welke hier wederom in den toekomenden tijd vertaalt (*), daar 'er eigenlijk de voorledene is. — Wat nu had asaph als een getrouw Leeraar gedaan? — Van welke menfchen fpreekt hij in de eerfte plaats ? De één vertaalt hoog in ftaat (f). De ander dol (§). Een derde hoogmoedig (,). Wanneer wij en den oorfprong (j.) en het gebruik van het woord nagaan, dan betekent het iemand die fckittert en dierhalven die zich verheft op iets,\ welk doorgaans het geval is met die genen , welke in rang boven anderen uitmunten Dat 'er zulke door verftaan word-n,

welken, in hoogheid gefield zijnde, godloosheid bedrijven leert de famenhang (**) met de Volgende uitdrukking. Verfta 'er dan menfchen door, die op hunnen hoogen rang zich alles lieten voorfiaanm daarom niets ontzagen: „ Verheft u niet! „ ('t is ijdel! " had asaph hen te gemoet gevoerd. — Tot die Godloozen (dit geeft de twede uitdrukking te kennen) had hij gezegd verhoogt den hoorn niet. — Wat duidt die fpreekwijs aan? Gelijk het voorige woord verheffen ontleend is van het zingen, gelijk het woord doorgaans zingen vertaald wordt, zoo is deze fpreekwijs ontleend van het ipeelen op de fluit, of een hoorn, gelijk die letterlijke fpreekwijs zelfs in onzen Bijbel gevonden wordt (ft). En van daar betekent bet iemand die opgeblazen is van hoogmoed (§§), even gelijk hij die op een fluit of diergelijk muziektuig fpeelt opgeblazen is. Hoe eigenaardig bezigt een asaph, een Dichter, een Zanger, zulke fpreekwijzen! — Hoeveel eigenaardiger is die vertaaling der laatfte uitdrukking dan niet boven die van anderen, welke geven pocht niet op uwe magt! asaph

doelt op die genen welken in de Rechtbank, waar van hij lid ftond te worden, reeds zaten: maar opgeblazen door hunnen rang en zich niet bekreunden over het verzuimen en weigeren van recht en gerechtigheid, ja! over het plegen van onrecht. Zij meenden wegens hunnen rang ftond hen dit, ja! alles vrij.

Vs. 6. En verhoogd uwen hoorn niet om hooge: en fpreekt (niet) met fi ij velt halze.

asaph geeft door deze herhaaling te kennen,dat hij meer dan eens, ja! geduurig gewaarfchouwd had. Ja! hij had niet alleen gezegd bij herhaaling zijt niet opgeblazen, maar vooral geiijk 'er hier bijgevoegd wordt — al te zeer, 't welk men

let-

l ? A T H E' CO v E N Ë M a jplendida jbrtuna corufci. CS.' ffOend. MicHAëLis. COdathe. q.) Conf. s c h r o e d. recVn ; P' 54' C**) Poralkiismus. (ff) * Chnn. UW: 5.

tSSJ CüB/. j. VAN voorst Oïsf. p. 48 49.

Sluiten