Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

( 333-)

houden we (taande: het leven, hoewel van bijzondere geneugten ontbloot, is altijd aangenaam. Iedtr dag, dieri wij eindigen , levert ons ftof, om God voor den zeiven te danken , en van genen kunnen wij met waarheid zeggen, dat hij een geheel ellendige dag voor ons geweest zij. Dewijl het tegenwoordige lot der menfchen veelal beftaat in eene zekere maat van geluk, of in de bevrijding van zodanige onheilen, welke ons, zo lang zij duuren, allen lust benemen, zo verwachten en verlangen wij ook doorgaands geen anderen ftaat; en hierom wordt al dat geen, het welk ons van dien ftaat beroofd, of ons het leven tot een last maakt, duidelijker van ons opgemerkt, en maakt een' dieper indruk op onze gemoederen. En dit is ook de rede, waarom een toeval van ziekte , of van eenig ander ongemak zeer lang in ons geheugen blijft, en wij maanden, ja, jaaren agter één van het zelve fpreken: terwijl wij ondertusfchen de gezondheid en alle andere vermaaken, waar van ons doorgaande leven overvloeit , niet eens rekenen en gantsch en al over het hoofd zien.

Indien nu de menfchen meer goed dau kwaad genieten, zo hebben ze altans geene redenen tot onvergenoegdzaam-

heid. Dat wij ten minfte eenigermate gelukkig zijn ,

weten wij bij eigen ondervinding ; en wij kunnen bijgevolg onvergenoegd zijn alleen om deze rede, om dat wij

niet gelukkiger zijn. Maar dit is niets anders dan

loutere waan en verkeerdheid : want zo dit eene wettige rede zij tot onvergenoegdzaamheid, zo is het, volgends de natuur der zake, volftrekt onmogelijk, dat onze begeerte naar geluk immer kan verzadigd worden. — Onderftel eens dat een mensch, weike in een' veragtelijken ftaat en bekrompen omftandigheden leeft, zijne voor- en na deelen, zijne vermaaken en rampen met elkander vergelijkende bij de uitkomst gewaar wordt , dat, alles in aanmerking genomen zijnde, de eerften tegen de laatften rijkelijk kunnen opwegen,

Sluiten