Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

D E

GODSDIEISTVRIENÖ.

«~*>—

<W°. 44.

(Vervolg van N°. 27.) Wacht u van den fuurdeesfem der Pharifeen.

matth. XVI: 6.

DE PHARISEEUW GESCHETST.

predikant.

Goeden morgen, frans! ik kom wat b,j u preaten. Wij zijn laatstleden ten halve blijven fteken Gij hebt nu ook ü neel wat tijd gehad om het geene, w.|i befproken hebben , nog eens nader te overwegen. Wat zegt gi, nu? —

christen.

Wel Domine! ik ben heel aan 't maaien geraakt. Ik weet niet, wat ik 'er van zeggen zal. Ik heb veel agt.ng voor Domine: maar ik kan het niet opkrijgen, dat Domine onder anderen den Heer O...., welken alle vroomen voor een onbekeerd mensch houden. heeft willen vergelden bij M,...., van wien niemand twijffelt of hl] is waarachtig bekeerd. predikant.

Ik dacht wel frans! dat Gij dat niet zoudt kannen verduwen. Echter zult Gij wel zo veel agting voor mi] overig hebben, dat Gij mij nog wel eerst zult willen hooren, eer S mij veroordeelt. Ik heb u gevraagd, welke redenen G had om M..... boven O.... te ftellen. Gij fch.jnt daar mede veel op te hebben , dat O.... algemeen voor een onbeheerd, en M algemeen voor een bekeerd[mensch

wordt. Maar , mijn goede f rans ! hebt Gi, Kolt menfchen gekend, of 'er van gehoord, die algemeen voor vroom werden gehouden en van welken het naderhand bleek, dat zij de grootfte guiten waren? —

christen.

Ja! Domine! ik heb 'er wel van gehoord*

Dierhalven kan mennet zeker aangaan op^de algemeen* erkentenis. Gij kunt de zaak ook gemakhjk begrijpen. Et 5 niemand, welke zo mooi den Godzaligen weet uitteharn gen, als een guit, een bedrieger. De Pharifeen immers onder de Joden hadden de achting van het gros der ménfchen, zij wierden algemeen voor heiligen gehouden. Nog

II. deel. XX

Sluiten