Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C S4* )

hoe dat al was toegegaan. Maar ik heb haar verder leere* kennen, als een valsch mensen, die elk mooi toepraatte wanneer zij 'er bij was,en achter den rug altoos kwaad fprak! Noem mij toch eens daaden op, waar aan het bleek, dat zii een Christin was. Ik was nog eens op haar fterfbed bij haar. Nooit zag ik bij haar eenig berouw over haare zonden, maar altoos zocht zij mij te beduiden, dat zij bekeerd was geworden en fcheen daarom te bedelen, dat ik daar aan mijn zegel zou hechten. Zeg mij eens, is daar in bewijs van een waar Christen te zijn?

christen.

Evenwel zult Gij dat voor een beflisfend kenmerk erkennen, dat, wanneer iemand niet met de vroomen verkeert hij geen vroom mensch kan zijn.

predikant.

Dit is wel zeker een dwaaling, frans! Ik ken zeer veel lui op onderfcheiden plaatzen, welke zich in uwe gezelfchappen niet zouden begeven, en van welken ik alle rede heb, om ze voor waare Christenen te houden.

christen.

Maar Domine! hoe zou dat kunnen zijn? Soort zoekt immers foort.

predikant.

Ik zal u eerst een verhaal doen van 't geen ik zelfs in mijn voorige Gemeente oudervonden heb. 'Er was een gering mensch, die bij elk een bekend ftond als door en door eerlijk. Hij zou eer van gebrek geftorven zijn, dan dat Hij iemand een duit zou ontvreemd hebben. Dit ging zelfs zoo ver, dat hij al wat hij deed, zoo prompt en juist uitvoerde, dat Hij, oftchoon zoo zwaar werkende als een ander, pas half zoo veel afdeed, en dierhalven maar half zoo veel geld won. Dit fproot uit zijne eerlijkheid voord om toch zijn pügc wel te betrachten Het gebeurde eens, dat hij ziek werden reeds eenige dagen ziek was geweest,zonder dat ik het wist. O.iverwach: hoorde ik het, en teffens, dat hij met zijn huisgezin gebrek leed. Ik ijlde 'er na toe en vond aan alles gebrek: ik zocht hem te bewegen om'tnoodige van den armen, welke daar zeer rijk was, aantenemen: maar daar toe kon ik hem niet krijgen. Na lang aanhouden kreeg ik het zoo ver. Gat hij mij zou iaten begaan met hem 'tnoodige te verzorgen, doch onder die voorwaarde, dat hij 't wederom zou geven, als hij weer gezond was. Die man deed dus alles, wat hij als mensch verpüjt was, hij deed meer, dan de meesten. Die zelfde man was ook zeer Godsdienftig. en riep in de eenzaamiviid »ot God ook menigmaal uit: 6 God! zijt mij arme zon,'

daar

Sluiten