Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

( 3So )

predikant.

Wat zijt Gij vol veroordeelen frans! wat heet Gii op den man aankomen? Is het dit, dat Gij van iemand afvraa*t koe hij bekeerd is geworden? Dat komt niet te pas, getijk ik reeds bewezen heb. Ai lieve! zeg mij eens waar'in dan beftaat het, op den man aankomen ? ■ ,

c h risten.

Maar he! Domine! 'er moet immers iets wezen waar aan men een vroome van een onvroome zal onderfcheiden Als iemand niet weet , dat hij een vroom mensch geworden js, hoe kan hij 't dan wezen, en is hij 'c, waarom zou hii daar van dan niet kunnen fpreken? 1

predikant.

Dit is zeer zeker, dat 'er, onderfcheid is tusfehen een vroom en een godloos mensch. Maar dat is de vraa»- niet waar op het tegenwoordig aankomt. Wij hebben van den' Heer O.... gefproken , en Gij hebt immers niet kunnen

zeggen , vaar in hij onderfcheiden is van M zou

Hij dan geen vroom mensch kunnen zijn, al verhaalt hij"niet hoe hij bekeerd is geworden. Wanneer Gy dan zijn gezeifchap niet fchuwt, en met hem over nuttige dingen fpreekt, hij zal u gezelfchap niet fchuwen.

christen.

Maar Domine! een mensch kan toch wel weten of hij veranderd is, en weet hij dat, zoo kan hij 't wel zeggen! Niemand behoeft dan daarom zich van de vroomen te rjuderfcheiden.

predikant.

Gij zijt nog al mis, frans! paulus wist het oogenblik zeer wel, waar in hij bekeerd werd, maar volgt daaruit, dat elk dat zoo weten zou kunnen. Denk den geheelen Bijbel eens door, en ik geloof niet dat gij veel voorbeelden zult aantreffen van menfchen, welke dit zoo wisten of weten konden. Een ruw Godloos mensch, die tot inkeer komt, kan 't gemaklijk weten, wanneer hij die verandering onderging ; maar bij andere menfchen kan men zulk een onderfcheid of verandering zoo niet bemerken: en zou men dan daarom iemand willen veroordeelen? Zeg mij ook eens, waar ftaat in uwen Bijbel, dat 'er gevorderd wordt, dat iemand weet, wanneer of hoe hij bekeerd is. Geen jota daar van. De Heere jesus vroeg daarna ook nooit. En waarlijk! als wij onbevooroordeeld willen nadenken, dan komt het hier op aan: Zijt Gij een Christen,en niet, wanneer zijt Gij het geworden. Kunt Gij niet natuurlijk begrijpen, dat menfchen, bij welken die verandering zoo eensklaps niet is gefchied,

daar

Sluiten