Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 35i )

daar van aarzelen te fpreken en dat bij menfchen,van welken zij weten, dat zij daar aan veel gewigt hangen ?

c h lt 1 s t e n.

Het blijft mi] toch eene onbegrijplijke zaak, dat iemand het niet weten zou die van dood levendig is geworden. — Dat is waarlijk zoo een kleintje niet, om dat niet te weten.

predikant.

Met zulke uitdrukkingen, die kwaalijk begrepen worden, doet men zeer veel kwaad, en komt tn blijft men op den dwaalweg. Ik zal u aanflonds overtuigen, dat 'er weinig of nenen Zijn,welken zeker den tijd van hunne verandering weten Misfchien Gij zelve niet.

christen.

Dat — denk ik, Domine f

predikant.

Het kan wel wezen, dat Gij tegenwoordig dat oogenblik meent te kennen, of waarlijk kent, maar was dat altijd zoo met u? Hebt Gij niet een tijd gehad, dat Gij niet geloofde een waar Christen te zijn, dat Gij twijfelmoedig, bekom' merd waart over uwen toeftand?

christen.

Ja wel! Domine ! dat heeft wel drie jaar geduurd.

predikant.

Goed! Geloofde Gij in dien tijd ook, dat het eerfle oogenblik, waar in Gij bekommerd wierd , een waare over» gang was van den dood in het leven ?

christen.

Wel neen! Domine'. danzouikniet£«to»7fc<??v/zijn geweest.

predikant.

Zeg mij dan nu eens, of Gij toen levendig zijt geworden, dan of 't is gefchied, toen uwe bekommeringen ophielden P

christen.

Dat zou ik waarlijk niet durven bepaalen. Ik zou al dat voorige niet verwerpen kunnen.

predikant.

Dierhalven frans! Gij zelve, die 'er zoo voor ftrijdt, weet niet eens, wanneer Gij uit den dood zijt overgegaan in het leven. En Gij zoudt van een ander vergen, dat die het weten moest.

christen.

Wel ik moet zeggen, Domir.el ik weetniet, hoe ik het heb. Ik kan hier niets tegen inbrer gen. Maar, echter men kan immers wel Wéten, wanneer men bekommerd is geworden, eii daar over wel eens praaten.

predikant.

Dat wil ik u niet betwisten: maar daar de een meer erge.

merkt

Sluiten