Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

D E

GODSDIENSTVRIEND» SY°. 45. 1

Wij zijn geen kunjiiglijk verdichte fabelen tiaargevolgd.

2 PETR. I: lö.

DË WAARHEID VAN DEN CHRISTELIJK E N GODSDIENST.

De bovengemelde woorden van petrus lezende vonden wij voor de waarheid van onzen Christelijken

Godsdienst, voorzeker een treffend getuigenis. Wij

verbeelden ons dat petrus tot de geloovigen, aan welken hij fchreef, wilde zeggen : „ Indien ik u te vooren ver„ dichtzelen geleerd had, dan moest althans de geringe leeftijd, die mij nog over is, mij nu tot oprechtheid „ aanmaanen. Immers , daar ik een afgeleefd man ben, „ de dood zoo nabij, is 'er geen rede, waarom ik zulk ', eene leer met zoo veel ijver zou aanprijzen. Dit mag plaats hebben bij menfchen, die, uit inzigt van eer of „ vermaak of belangen, niet fchroomen anderen door fa„ belagtige leugenen te misleiden ; maar , daar ik , met „ den éénen voet in het graf, die voordeden niet kan „ verwachten veel min genieten, en, fchoon ik ze al kon „ genieten , dezelven toch binnen kort , wegens mijnen „ hoogen ouderdom , zou moeten verliezen , is 'er de „ minfte rede niet , waarom ik mij met zuike ijdelheden II. deel. Yy „ zou

Sluiten