Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 3^3 )

legt — daar zoo veele verftandige Heidenen hunne voorouderlijke gevoelens vergaten — daar men 'er veelen vond, die openlijk beleden, dat zij wel veele fchriften gelezen, maar in den godsdienst van jesus alleen de gerust/telling van hun hart, en de voldoening van hun verjland gevonden hadden: zoo is dit een klaar bewijs, dat geen eenvou« wise en zwakke, noch lieden van gering doorzigt alleen, gelijk de ("potters voorwenden , tot het christendom zijn overgegaan; maar dat ook mannen, die bekwaam waren, volgends het oordeel van alle verftandigen, het waare van het valfche te onderfcheiden, de waarheid der christelijke leere bekend hebben. — Zou dat wel ooit gebeurd zijn

indien de leer van jesus met fabelagtige verfierzelen

opgevuld Ware? zouden deze groote verftandeu niet aanftonds die ongerijmdheden ontdekt hebben? — Laten wij derhalven de waarheid hulde doen , en rond uit (bande houden: dat, fchoon onverjtand zoo wel als menschlijke driften in den godsdienst van jesus meermaaien onbeftaanbare en averechtfche begrippen hebben voordgebragt, dezelve nogthans val godiijke wijsheid is — eene wijsheid, die zich naar alle verltanden en bekwaamheden fchikt en, in vtrftaanliare woorden, voor alle tijden fpreekt. Waren zijne wanrheden en leeringen menschlijke verdichtzelen, hij hadt de driften en neigingen der menfchen meer moeten vleien en met verbeeldingen van die genen ftrooken, die aan 't bedorven hart alles toeftaan, dat de zinnen kan ftreelen en de ziel verleiden.

Laat ik de Hoofdleer van jesus befchrijven. Volgends dezelve heeft God , de goedertieren Vader des menschdoms, ook Vader van zijne verdoolde fchepzelen, zijn eeniggebooren Zoon tot de menlchtu gezonden , op dat hij door zijn euangeli alle onze flauwe en twijfelagtige denkbeelden omtrend de godheid tot eene volkomene zekerheid zou verheffen en een hemelsch licht , door zijne zedenleer, over de geheele wereld doen opgaan.

Wat kan, volgends de leerafgen van jesus, grooter, heiliger, rechtvaardiger, aanbiddelijker en beminnenswaardig zijn dan God! — Hij is altijd het grootfte Wezen, maar ook het hoogde goed. Nooit wordt zijne Majesteit verfchriklijk , noch zijne liefde veragtelijk. Zonder den diepften eerbied kan men hem niet beminnen , maar ook zonder vertrouwen niet vreezen. Zijne gerechtigheid weêrioudt den moedwilligen zondaar, om zijne liefde niet te Zz 2 mis-

Sluiten