Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 367 )

wonderen zeiven gezien hadden. Indien wij dan dezen besten en weldaadigen Godsdienst aankleeven; zoo hebben wij ten minde gedaan, het geen elk menjch verpligt is te doen, om zich voor God en zijn geweten niet fchuldig te maaken. ,

Hoe gelukkig is de Christen, die hier van overtuigd zijnde, zich aan de leiding van dien Godsdienst overgeeft! wij weten, dat jesus christus in de wereld kwam, om zondaars zalig te maaken, en dat alle de liefderijke fchikkingen, welken God gemaakt heefc, onze eeuwige gelukzaligheid bedoelen. Dit zegt ons de gefchiedenis van jesus leven — dit bevestigt het euangeli.

Veele zoogenaamde jlerken geesten hebben de leer van het euangeli bedreden, echter hebben de vóornaamfte onder hen moeten erkennen, dat de H. Schrift en bijzonder de zedeleer van jesus allervoortreflijkst was. . Wij zullen u laten hooren welk getuigenis hier van rousseau aflegt, en daar mede dit betoog befluiten.

„ Ook erken ik (zegt hijj dat de Majesteit der fchrif„ tuure mij verbaast, de heiligheid van het euangeli fpreekt „ tot mijn hart. Befchouw de werken der wijsgeeren met „ alle hunne pracht, wat zijn zij gering bij dezen ? Is het „ mogelijk, dat een boek, tevens zoo verheven en eenvou„ wig, het werk der menfchen zij? Is het mogelijk, dat „ hij, wiens gefchiedenis in het zelve begrepen is, niet „ meer dan een enkel mensch zij ? Is dat de toon, welk „ een dweper of eerzuchtig Sectaris fpreekt? Welk eene „ zachtmoedigheid en zuiverheid in zijne zeden. Welk eene „ treffende bevalligheid in zijne onderwijzing! Welk eene „ verhevenheid in zijne grondregelen ! Welk eene diepe „ wijsheid in zijne redevoeringen! Welk eene tegenwoor„ digheid van geest — fchranderheid en juistheid in zijne „ andwoorden en heerfchappij over zijne driften! Waar is „ de mensch, waar is de wijze, die, zonder zwakheid, „ zonder fnorkerij dus kan lijden en fterven 2

„ Wanneer plato zijnen denkbeeldigen Rechtvaardigen „ fchildert, met al de fchande van het misdrijf overladen, „ daar hij de hoogfte belooning der deugd verdiende, „ fchetst hij trek voor trek jesus christus: de gelijke„ nis is zoo verbaazend, dat alle de kerkvaders dezelve ge,, voelt hebben, en dat het niet mogelijk is, zich daar in te „ bedriegen. Welke fterke vooröordeelen , welke blind„ heid moet men niet hebben, om den Zoon van sofro-

„ nis-

Sluiten