Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

( 374

Men kan en raoet de woorden tot Go>ï aüereenvou \\ st verbinden met begeerte, zo dn er door uitgedrukt wordt eene begeerte tot God opgezonden. Zulke foort van fpreekwijs (*) is te bekend dan dat er voorbeelden van zouden behoeven bijeebragt te worden.

Begeerte van eene goede confcientie is of de begeerte vanvit dezelve voortkomende, of eene begeerte om, na eene goede confcientie. —— Dit alles wordt duidelijk, wanneer wij nagaan , wat een goede confcientie en wel bij

gelegenheid van den Doop betekent. Zoo lezen

wij (f): Laat ons toegaan met een waarachtig harte , in volle verzekerdheid des geloofs, onze harten gereinigd zijnde van de kwaade confcientie, ende het lichaam geWasfchen zijnde met rein water, ——

De kwaade confcientie die gereinigd is, komt dan overeen met de goede confcientie ter dezer plaatze. ... Rjj den Doop wordt dierhalven het bezitten van eene goede confcientie, dat is, een hart, 't welk van de kwaade con~ fcientie gereinigd is, vereischt, gelijk in de aangehaalde plaats duidelijk geleerd wordt. —— Uit die aangehaalde plaats krijgen wij ook het eerst aanleiding om de waare betekenis van de uitdrukking goede consciëntie te verftaan. ——- Kwaade confcientie toch betekent niet anders dan Boosheid, Godloosheid, Slegtheid. Want hoe kan er anders gefproken worden van het hart te zuiveren van de kwaade consciëntie? — Het blijkt ook duidelijk wat goede confcientie betekent, uit het vorige i<5 vers bij onzen petrus, 't welk aldus luidt: Ende hebt eene goede confcientie, op dat in het gene zij kwalijk van u fpreken,— zij befchaamd mogen worden, die uwen goeden wandel lasteren. . Eene goede confcientie wordt daarom

ook elders met een rein hart faamgevoegd. (§) Dat

dan goede confcientie het zelfde is met rein hart blijkt beflisfend uit dit zegcen van paulus (»): Houdende de verborgenheid des geloofs in eene reine confcientie. —_

De woorden hebben dan of dezen zijn: „ de Doop

beftaat (vooral,) in eene bede of begeerte tot God om „ een rein hart (te verkrijgen) om de opftanding van T. ?, C." Of de zin is: „ de Doop beftaat (vooralj in de „ begeerten van een zuiver hart naar God, 'f welk die be-

» geer?

f*) Phrafis pragnans. Ct) 'Hebr. X: 22. f§) 1 Tim. li 5. C») 1 Tim. BI: 9.

Sluiten