Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

( 375 )

aeerte deelachtig wordt door de opflanding van J. 'Óf eindelijk: „ Bij den Doop wordt eigenlijk (voornamen-

Hik) vereischt eene begeerte om met een rein hart voor

God te leeven, te wandelen." Het eerfte van deze

drie verklaaringen veikiezen wij.

Wii vertaaien de laatfte uitdrukking nu ook om de opjtan»

ding van J. C. Dat het voorzetfel (*) die bcteke-

nis'menigwerf heeft is bekend, gelijk de onzen het in dien zin (tl ook vertaalen uit oorzake , (§) overmids. —— Op die wijs hebben die woorden eene kragtige betekenis,

daar ze anders bij andere verklaringen lam zijn.

De opftanding en opwekking van J. C. wordt dan als eene rede opgegeven, waarom de Christen een rein hart verkrijsen kan. Dit is de leer van het Euangeli, immers overal; . Zo lezen wij onder anderen: .

christus is opgewekt om onze rechtvaardigmaa. feffiff C 3 ■ ** ***

De Apostel petrus geeft ons dierhalven in die woorden , welken wij ophelderden, een gezond denkbeeld van den 'Doop der Christenen.

Wie weet hoe veelen er onder het Christendom leeven , die gedoopt zijn, hebben zien Doopen en hebben laten Doopen, en niet anders meenen, dau dat de Doop enkel

dient om de kinderen eenen naam te geven. Onden.

tusfehen is het alleen om het kind bij zijnen naam te noemen, dat die naam bij die gelegenheid aan hem, die Doopen zal, wordt opgegeven, en geenszins om het kind eenen naam te geven. —- De Ouders geven aan de kinderen naamen en de Leeraars Doopen. — Dit is duidelijker te bemerken in die gezindheden, alwaar men alleen bejaarden Doopt. Die ontvangen van hunne Ouders in de kindsheid reeds hunne naamen en worden eerst na het afleggen van eene belijdenis gedoopt.

Daar anderen den Doop, wie weet waar al niet voor — aanzien, moeten wij het waare denkbeeld nog wat nader ontwikkelen. Hij, die gedoopt wordt, moet niet alleen en zoo zeer heioven, dat hij God met een rein hart dienen zal: maar hij moet vooral als dan om genade bidden, dat hem van wegen de opwekking v»u J. christus

een

(*) &ne.

(f) Mare. VI: 17. ri) Mare. II: 9. £,) Ra». IV: 15.

Sluiten