Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

D E

GODSDIENSTVRIEND. SY°. 43.

Gij zult geen andere Goden voor mijn aangezigt hebben.

exod. XX: 3.

DE OORSPRONG VAN DE AFGODERIJ EN HET VEELGODENDOM.

Indien wij ons van eene godiijke openbaring eenige oogenblikken geheel onkundig houden, zouden we natuurlijk tot deze vragen komen — welke is de eerfte godsdienst van het menschdom geweest, de afgoderij, of de dienst van den eenigen waaren God? — En, zo in de eerfte eeuwen na de fchepping de waare God is gediend geweest, hoe heeft dan het menschdom van dien dienst kunnen afwijken en tot de buitenfpoorip-heid vervallen van veele Goden te dienen? —De vermaarde hume is van gedachte, of heeft ten mmfte beweerd, dat de Afgoderij en het Veelgodendom de eerfte godsdienst der menfchen heeft moeten zijn. Om die Helling eenigen fchijn te geven, moet men het menschdom befcbouwen als geheel aan zich zelf overgelaten , zonder den minften bijftand van eene godiijke openbaring. Maar als men het menschdom in zulk een ligt befchouwt, dunkt mij , zou het veel gegronder zijn te ftellen, dat de Godverzakenj het algemeen begrip van het menschdom zou moeten geweest zijn, èn, wel verre daar van daan, dat de eerfte menfchen veele Goden zouden gediend hebben, zoude ik beweeren, dat zij geenen God gekend en nooit aan eene Godheid gedacht zouden hebben. Ziet men dat woeste en onbefchaafde volken ooit verder komen in de kennis van hunne Godheden, dan zij die bij overlevering ontvangen hebben? Blijven de Heidenen niet altijd het geen zij eens waren , :en m zij door de zendelingen van het Christendom tot de ketinlï #n den dierst van den waaren God, of, het geen in veele II. ukt'Bbb ge-

Sluiten