Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 37* )

gewesten, helaas! veel eer plaatsheeft, tot eene andere Afgoderij, welke aan hunne Afgoden de naamen der Heiligen uit het Christendom geeft, gebragt worden? Verbeteringen in den godsdienst , ten zij die van buiten komen , kunnen geene plaats vinden onder een volk , waar geene kunften en werenfchappen heerfchen. In een land daar ieder den geheelen tijd nodig heeft, om door de ja'gt, de visfcberij, den landbouw, de veeweiderij, of anderen arbeid zich het nodige te verzorgen, kan men geene ontdekkingen doen, welken alleen de vruchten zijn' van eene ftille en eenzaire overpeinzing, die eenige lieden vereischt, welken van de wetenfchappen hun hoofdwerk en eenige bezigheid maaken. — Maar, volgends de algemeene begrippen en de oude overleveringen , zijn de eerde menfchen landbouwers, veehoeders, jagers of visfchers geweest. Geregelde Staaten vond men toen niet. Lediggangers wierden 'er niet gevonden, en niemand hadt tijd of lust, om door afgetrokken overpeinzingen zijne hersfenen te vermoeien. Hoe zou men dan in 'f hoofd gekregen hebben aan 't beftaan van wezens te denken, waar van het denkbeeld afgetrokken is? Het menschdom dan, aan zich zelf gelaten , zou nooit om eenen God gedacht hebben, ten minfte niet voor die tijden, dat de overvloed lediggangers, en de ledigheid Wijsgeeren hadt voordgebragt; en de wijs#>eerte, vrij aan haar zelve gelaten , zou veel eer éénen God , dan het beftaan van veele Goden ontdekt hebben gelijk gebleken is in de Romcinfche en Griekfche Wijsgeeren , die , zonder die van de jeugd af aan ingezogen vooroordeelen en de noodzakelijkheid van zich naar de begrippen hunner landgenooten te fchikken , het bedaan der valfche Goden van 't Heidendom verworpen en zich alleen aan den opperften God vervoegd zouden hebben.

Het komt mij dan ontwijfelbaar zeker voor, dat noch het menschdom aan zich zelf gelaten , noch de Afgoderij de oudfte godsdienst van de wereld is geweest; maar dat het Opperwezen , zo dra de eerfte menfchen gefchapen waren, hun op de eene of andere wijs, die denkbeelden, welken voor hun geluk in hunnen ftaat noodzakelijk waren , waar onder ook de kennis van den eenigen waaren God, en van de wijs waar op hij moest gediend worden, zal geweest zijn. Dit denkbeeld is zo overeenkomftig met dat van Gods goedheid en wijsheid , en met 's menfchen behooicen, dat wij ons niet op het gezag van moses in

ltuk oehoeven te beroepen , dat andersüns volkomen

met

Sluiten