Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

( 379 )

raet deze gedachte overeenftemt, om het als ontwijfelbaar aan te nemen (*).

Maar hier in ligt nu de groote zwaariiftieid , zo net menschdom den eenigen waaren God gekend en gediend heeft, hoe is het te begrijpen, dat het zo ver dien God uit het oog heeft kunnen verliezen, van zich neder te buigen zelfs voor 't veragtelijkfte in de Schepping ? zie hier, hoe wij begrijpen, dat dit is toegekomen.

Volgends den vloek, die in 't boek der fchepping over adam en zijn nakroost wordt uitgefproken , moesten de menfchen in het zweet huns aanfehijns hun brood eeten. De noodzakelijkheid, van door eenen geduurigeu arbeid zich de behoeften des levens te verzorgen, dwong het gantfche menschdom, in de vroegfte tijden, om hunnen levenstijd te flijten.het zij in 't doorkruisfen van wouden en velden om wild op te fpooren en te dooden, het zij in 't bebouwen van den grond, het zij in 't vervaardigen van andere noodwendigheden , het oprichten van hutten, het maaken van klederen , en dergelijken, het zij eindelijk in 't bezorgen van hun vee. En dit heeft even zeer zijne betrekking op een ftaat van 't menschdom kort na de fchepping, als op dien, waar in het zich bevond na den zondvloed, toen het alleen in 't huisgezin van noacii beftond. Die Aardsvader en zijn geflagt kende en diende den waaren God; zijne kinderen en kindskinderen deeden het zelfde; maar welhaast , door verloop van tijden , en weinig oefening van 't verftand in afgetrokken en wijsgeerige befpiegelingen, wierd; die kennis in de meeste huisgezinnen, fteeds bezig met het bezorgen der lichaamlijke behoeften, verzuimd , en daar door duister. Eenige weinigen, 't is waar, fchijnen meer zorg gedragen te hebben , om deze groote waarheid zuiver te houden, en dit hadt plaats in 't geflagt van abraham, het welk nogthairs zelf niet geheel zuiver van Afgoderij fchijnt gebleven te zijn. Maar het grootfte gedeelte der menfchen begon verward over de Godheid te denken. Nu is het der onkunde en der ongewoonheid om afgetrokken te denken eigen , alles te verlichaamen. Wij zien, wij tasten niets dan lichaamen. Het denkbeeld van eenen geest is duister en verward , en dat van eeneo zuiveren geest is zo weinig gemeen, dat het bijna alleen in de fcholen van fommige Wijsgeeren moet gezocht worden.

(O Dit is bewezen door iühnd, Nuttigheid en Noodzakelijk' tftid van de Christelijke Openbaring, I. D. I. Hoofdft. bl. S7 en v0«* Bbb a

Sluiten