Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 3oo )

den. Het was dan natuurlijk , dat onze eenvouwige en onkundige voorouders der Godheid, even als aan hun zeiven , een lichaam toefchreven , en eene verblijfplaats voor haar zochten. Dit fchijnt de oorzaak te zijn geweest van de oudfte Afgoderij , welke de algemeene Afgoderij van 't menschdom tot op dezen dag toe geweest is. Wat heer» lijker lichaam nu viel den mensch in 't oog dan de zon wier heilrijke invloeden leven en beweging aan alles onveil? En daar, volgends het begrip van dien tijd, de Godheid een lichaam hebben moest , wat was 'er natuurlijker dan te denken, dat de zon een lichaam der Godheid was? Maar het lichaam met het wezen des voonverps te verwarren was natuurlijk aan eenen geest , ongewoon afgetrokken te denken , zo dat dan welhaast de Zon voor^de Godheid zelve genomen werdt.

Deze ftap was maar te doen om welhaast meer Goden te krijgen. De overeenkomst, die 'er op 't oog fchijnt te wezen tusfehen de Zon en de Maan , waar van aan de laatfte het gebied over den nagt, gelijk aan de eerfte dat van den dag fchijnt opgedragen, moest den reeds verdoolden mensch de Maan voor een wezen van denzelven aard als de Zon doen aanzien. „ Is de Zon een God, waarom „ ook niet de Maan?" is eene vraag , die men zich natuurlijk doen moest, en weldra werdt zij der Zon ter medegezellin , en , gelijk de onkunde alles onder eene menichelijke gedaante wil vertoonen, misfchien wel tot zuster of huisvrouw gegeven.

Zodra de Zon en Maan tot Goden gemaakt waren , moest dit zelfde omtrend de Harren volgen; haar overeenkomst met die hemellichten fcheen haar recht te geven tot die zelfde eer. Welhaast werdt dan het gantfche heir des hemels, gelijk de Schrift de hemelfche lichaamen noemt, aangebeden, en alle die Godheden, volgends haaren fchijnbaren luister , in onderfcheiden rangen verdeeld.

De Zon behielt de eerfte plaats, als de opperfte Godheid , daar op kwam de Maan in waardigheid , de Dwaalftarren volgden, waar van venus, om haare daagiijkfebe verfchijning in gezelfchap van de Zon, en haaren helderen glans, eene voornaame plaats verkreeg (*_).

Dit

O) Het gelramte vm den grooten b e e r , dewijl het altijd boven den gezichteinder is voor alle Volken. die 't Noorder halfrond bewoonen, moet ook een bijzonder vootwerp van sodsdiermiebeitl geweest zijn. * °

Sluiten