Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 383 )

„ en hunne rampzaligheid is zedelijk zeker: " dan vrei „ — het is volftrekt zeker , dat zij nooit tot inkeer „ komen." Mijne flaauwe verwachting, of wilt gij, mijne meéwaardigbeid met de ongelukkige voorwerpen der Godiijke onguust , grondt zich op de woorden van petrus, d*e men vindt in zijne aanfpraak aan het Joodfche Volk, Handelingen III: vers 12 en vervolgend*. De .ijverige en getrouwe Apostel zegt hun in het aan" gezigt , dat zij den Forst des leevcns gedood hebben , roair voegt 'er met euingclifehe vrijmoedigheid bij : ik weet, broeders, dat gij het uit onwetenheid gedaan hebt, gelijk (let wel) gelijk ook uwe Overjien. Hij zegt vervolgends, dat God den dood zijns Zoons jesus, ter zaligheid des menfchen, gewend hadt, en doordien dood toe te laten, de profettën des aangaande laten vervuilen. Hier vermaant hij hen, zich te beteren en te bekeeren. Op dat hunne zonden , gevolgelijk ook de zonden hunner Overjien , mogten uitgewischt worden. Daar was dus nog mooglijkheid , zelfs voor de Overften des Volks, om zich te bekeeren ; en dit verdient opmerking, om dat dit gezegd wordt, na dat zij zich verzet hadden tegen de overtuiging , die de Heilige Geest, uirgeftort op den Pinkfterdag, in hen hadt moeten vóo-dbrengen: zij hadden dan reeds tegen den Heiligen Geest gezondigd; maar zoo lang die Kragt Gods, die Heilige Geest , nog wonderen onder hen deedt, hadden zij nog tijd om zich te verbeteren en te laten overtuigen.

Het komt mij ook niet onwaarfchijnlijk voor, dat deïe kragtige waarfchouwinj van jesus zoo fterk op de Overjien gewerkt heeft, dat zij, fchoon zij zijnen Gods' dienst verwierpen ; fchoon zij zelfs het fpreken van vreemde taaien op den Pinkfterdag toekenden aan de kragt des zoeten offerwijns; het echter nooit hebben durven waagen , om de wonderen , die de Apostelen deeden, 10e te fchrijven aan list, bedrog, óf aan BEëLZEBUL. Hoe vrijmoedig petrus en joSnnes ook voor den Raad zich verdaadigen , annas de Hoogepriester, noch iemand van zijn geflagt, durfde zeggen: gij hebt dezen kreupelen her fit ld door de nagt van den Overjt en der duivel, n : zij zien den herftelden man , zij zijn verbaasd, zij zijn verlegen , zij hebben 'er niets tegen te zeggen. Ja , dat meer is, onder elkander zeggen zij : dat 'er

een

Sluiten