Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

( 389 )

een bekend teeken door hen gefchied is, kunnen wij niet lochenen. Zij verbieden daar op de Apostelen te fpreken in den naam van jesus. Nu, de zonde iepen jesus kan vergeven worden. Zij onderdaan ook niet te zegeen- doet geen wonderen door den Heiligen Geest.

Alle de vervolgingen, die den Apostelen naderhand zijn aangedaan , zijn hun ook aangedaan door die Secte, onder de inden die de Saduceefche genaamd werdt, en wier belijders 'lochenden de opftanding der dooden. Zij vreesden dus niet voor het eeuwig oordeel, bedreigd op de zonde, tegen den Heiligen Geest begaan —- Wel is waar stefanus is op last des Joodfchen Raads en des HooÈenpriesters gedood; doch hij ftierf den marteldood niet om dat hij tekenen en wonderen deedt, maar om dat hii hun de wreedheid hunner Vaderen, omtrend de Profeten gepleegd, als ook den moord aan jesus begaan, ftreneeliik verweet. En daaruit maak ik op, dat zij dezen heiligen man, meer in eene dolle opftuiving van kwaadaardige drift dan wel naar een overdacht plan, ter dood bragten. Daar'ftaat, dat als zij dit hoorden bersteden hunne harten ,

en zij knarsten de tanden tegen hem. Zij riepen

met eroote flemmen, zij flopten hunne ooren, en vielen op hem aan, hem fteenigende. Woede en fpijt verveerde hen dus tot bet plegen van een gruwel, zoo groot, als daar is een onfchuldig mersch ter dood te brengen. Men ontdekt hier geene overdachte boosheid. Dit begreep de heilige Man ook zoo, en daarom bad bij voor zijne beulen: Heere, reken hun hunne zonde niet toe! Deze zonde was dus vergeeflijk, en geen zonde tegen den Heiligen Geest, stefanus verweet hun ook wel, dat zij den Heiligen Geest weervonden, maar niet dat zij hem lasterden.

Uit dit beredende maak ik dit. befluit: geduurende al dien tijd dat de Heilige Geest zigtbare wonderen deedt onder de menfchen, was 'er gelegenheid voor den_ mensch om zich te bekeeren, en gevolgelijk om vergiffenis te verkrijgen, zelfs dan, als zij die wonderdoende kragt Gods nog al weêrllonden; want het einde kan bereikt worden, zo lang het middel niet is weggenomen: Doch, zoo dra iemand dit middel zelf verwierp , ten einde toe dat blijvende verwerpen, alles kwaaddaardig toefchrijvende aan bedrog, of aan 's Duivels magt, dan was het onmogelijk genade te erlangen; want een middel is alleen een middel voor zoo verre het aangenomen en gebruikt wordt.

Ccc 3 En»

Sluiten