Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

( 39* )

kregen , en die godvruchtige, liefderijke en goedwillige oaaden, welke hij verrigt heeft, moet noodzakelijk zijn geluk boven alle verbeelding doen opftijgen. — Niemand kan zich een denkbeeld vormen van deze geneugten, van zulk een leven, dan hij alleen, die het beleeft; want 'er is blijdfchap gezaaid voor den oprechten van harten — blijdfchap, die zij tegenwoordig maaien van eike deugdzaame daa'd, welke aangroeit met den tijd, toeneemt met de genieting, en geen onaangenaame gewaarwording agter zich overlaat.

Daar te boven; door eene eenpaarige en ftandvastige betrachting van den godsdienst zullen wij de agting verkrijgen en ons verzekeren van de gedienjligheid onzer medemenfchen. De alleronbefchaamdfte en overgegevenfte deugdmeten moeten noodzakelijk zich over zulk een Character in andereu verwonderen, alhoewel zij mogen verzuimen , om zelveu daar in uit te munten. — Het vervult de aanfchouwers met zekeren eerbied en perst hun eene goedkeuring af, in fpijt van haat en boosheid ; — Het ontwapent onze woedende driften, dringt zich zeiven in onze harten , en maakt onze genegenheid kragtdaadig gaande , omtrend elk, die het bezit; wie zal u kwaad doen, zegt de Apostel, (*) indien gij navolgers zijt van het goede. Een ondeugend mensch zal nauwlijks befluiten zulk eenen te beledigen, en overal, waar eenig gevoel van deugd is, zal hij in de hoogde agting gehouden worden. Een mensch , die edelmoedig hoon en verongelijkingen verkroppen, die zijnen vijanden vergeven en zegenen kan, Wiens 'hoofd geduurig zivanger gaat van weldaadige voornemens, en wiens handen onophoudelijk bezig zijn in daaden van liefde en goedheid, zal gewisfelijk weinige, indien eenige vijanden , maar eene groote menigte van waare vrienden hebben, vrienden — welker genegen wenfchen hem zullen volgen door alle de omftandigheden van dit leven , en op wier hulp hij zich moge verlaten , wanneer hij in een ftaat komt, dat hij die nodig heeft. Laat ik 'er dit bijvoegen. — IVij zullen, door eene

ftand-

O I Petr. Hf: *j.

Sluiten