Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ö E

GODSDIENSTVRIEND.

SY\ J.

Die geloofd zal hebben — zal zalig worden , waar die niet geloof d zal hebben, zal verdoemd worden.

marc. XVI: 16.

HET VERBAND TUSSCIIEN HET GE. LOOF EN DE ZALIGHEID. Teder mensch haakt om gelukkig te Avorden, en wendt daar.

om alle poogingen en middelen aan , om zijn voorgefleld deel te bereiken. - De meeste menfchen ftellen een fchijngoed boven het wanre, en zien zich eindelijk te deerlijk bedrogen. - Onder die genen, welken het hoogst geluk in °t beftendig goed zoeken, zijn 'er veelen, die in de middelen , ter verkrijging van hetzelve geheel mistasten. —< Trotsheid vermeestert veelal dermaten het hart van den mensch, dat hij langs dien fchoonen weg, ons in het euangeli bekend gemaakt, niet wil gezaligd worden,

In dat euangeli lezen wij: die geloofd zal hebben, zal zalig war* den. Hoe eenvoudig-hoe groot-hoe godlijk is ditvoorftel!

Die gelooft, zal zalig worden - 't wil zeggen , die het euangeli, die blijde boodfehap,dat jesus Christus in de wereld gekomen is om zondaars zalig te maaken,zal geloofd hebben, niet alleen met een bloote befpicgelende toeftemming, maar tevens met eene perfoneele toeëigening van de zaak, in dat euangeli vervat zo een zal zalig, of bevrijd worden van het hoogde kwaad, de zonde en haare gevolgen, en deel krijgen aan het hoogde goed, of aari Gods gemeenfehap, hier in genade en hier na in heerlijkheid.

Het verband tusfehen het geloof en de zaligheid zullen w* onzen Lezeren, zo klaar mogelijk voordellen.

Die het euangeli gelooft, wordt zalig, — jesuschris-

III, DEEL, A TÜS

Sluiten