Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

D E

GODSD IENSTVRIEND.

Gelóóft niet eenen iegelijken Geest, maar beproeft de Geesten of zij uit God zijn.

i joaN. IV: I.

OVER HET EUANGELI VAN MATTHEUS, TEGEN EVANSON.

TVTooit zou men kunnen gelooven, op welke gronden men J-^1 in onze verlichte eeuw onzen Godsdienst beflrijdt, indien men de bewijzen niet in handen had. — Nooit zou men kunnen gelooven, dat, daar de Reden alles beflisfen moet, men zich zo lomp tegen de Reden aankant in het Redeneren.

E v ansob maakt zich hier ten fterkfte fchuldig. Hij wil bewijzen (*) dat 'er geene rede is om ie gelooven, dat de doop door christus is ingefteld geworden. En om het bewijs,uitM attheus ontleend,in eens te ontzenuwen ,redeneert hij op deze wijs: „ mattheus fchreef zijn Euan„ gelium in liet Hebreeuwsch en daarom kan men 'er niets „ uit bewijzen." — Wij zullen zijne eigene woorden aanvoeren. — Zij zijn deze :

„ Hier dan zal een verftandig en opregt onderzoeker vra„ gen , wat is 'er geworden van het oorfpronglijk He„ ireeuwsch Handfchrift van mattheus euangeli? Ten

» an-

(*) Tn zijnen Brief aan den Hoog Eerw. Lord - Bisfchop van lichtfield en coventrv ——- (in 'tJaar 1785. uit'tEnjelsch in onze taal overgezet en handelende over de Anttkmtifch*. hrondbegwjden in de meeste Kerkelijke Genoot/chappen.) p. 78.

III. deel. jj

Sluiten