Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

In deeerfte plaats zegt Hij: „ een verftandig en opregt „ onderzoeker zal vragen, wat is 'er geworden van liet „ oorfpronglijk Hebreeuvvsch Handfchrift van m a t t h e u s „ Euangeli?" — Schoone woorden! Wie zou geen verftapdig en opregt^ onderzoeker willen zijn? — Ondertusfchen kunucn wij niet zien, hoe verftand en opregtheid hier te pas komen. Wij zijn van oordeel, dat het van het geringde belang niet is te weten, wat 'er van mattheus Euangeli is geworden. Wij weten, het is niet voorhanden, 't was al lange niet meer voorhanden. Maar wat 'er van geworden is, raakt ons in het geheel niet. Of het verbrand, van de wormen gegeten, verflikt, of onder puinhopen is begraven geworden, komt 'er in het geheel niet op aan. — Wij hebben thands den Brief van evanson, in onze taal vertaald: het hadt ligtelijk kunnen gebeureii, dat aan de originele exemplaren een ongeluk was overgekomen: wanneer wij wisten, op welke wijs zij verongelukt waren, was zulks ter vermeerdering van onze Boeken - kennis dienftig: maar dat wij juist door dat te weten verftandiger en opregter zouden worden, kunnen wij niet zien. Zo ook zou het alleen tot de Boeken-kennis (*) betrekking hebben, wanneer wij wisten, wat 'er van het Hebreeuwsch Euangeli van mattheus

geworden was. Deze vraag van evanson komt dier-

halven op niet uit. En wij moeten dit befluit maaken, als wij weten,dat een boek verloren is geraakt, is het van geen belang te weten, op welke wijs zulks gefchied zij.

Een twede vraag van evanson is deze: „ is de Griek„fchecopie, die Wij thands als het Euangeli van mat„ theus ontvangen, wel en genoegdoende bewezen te „ zijn eene naauwkeurige Overzetting van het oorfpronglijk

„ Hebreeuwsch?" Wij and woorden, Neen! In zeker

opzicht is dit niet wel en genoegdoende bewezen. Wij voegen 'er bij: het zal ook nooit wel en genoegdoende bewezen kunnen worden. — Maar wij voegen 'er teffens nog dit bij: zulke vragen te doen is fpijkers op laag water zoeken.

Zulken eisch te doen is onbetaamentlijk. Dit zullen

wij betogen. Wij bezitten den brief van evanson

alleen in onze Nederduitfche taal. — Wanneer wij nu met iemand aan het fpreken waren over den inhoud van dien brief, en wij hem zeiden: evanson ontkent de inftelling van den Doop. Wanneer Partij weigerde zulks te gelooven, en wij hem den brief voorlagen en de pasfagie zelve lieten

Ie-

CO Hijloria Litteraria.

B 2

Sluiten