Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 13 )

thrt7s juist is. Evanson zegt, dat ^//alleen geldt, V welk zuïverlijk is afgeleid van de Schrijvers der eer/le of twede eeuw. — Zulke juist ziju de getuigen, van welken wij fpreken (*). De oude Overzettingen van dien tijd, gelijk ook alle Schrijvers van dien tijd, zouden die (voeg'er zelfs de vijanden van het Christendom bij) zo ook alle Christenen van dien tijd zulk een beftendig gebruik van het Grieksch Euangeli van mattheus hebben gemaakt, indien zij geene verzekering hadden gehad, dat zij daar op even zo goed konden ftaat maaken, als op het origineel Hebreeuwschl — Zou een joünnes, die lang leefde, na dat mattheus-Euangeli wereldkundig was geworden, de Christenen niet gewaarfchouwd hebben , indien zij op mattheus Grieksch Euangeli geen ftaat konden maaken? Vorderde zijn Apostolisch ambt zulke waarfchouwing niet? Vinden wij niet eene menigte van waarfchouwingen, door de Apostelen gedaan in hunne brieven? En zouden zij dan deze, die van het grootfte belang was, niet hebben gedaan? — Niets was noodzakelijker dan deze waarfchouwing, indien mattheus Grieksch Euangeli zo gebrekkig was, als men het opgeeft. — Bij voorbeeld: moest het Christendom niet gewaarfchouwd worden tegen die dwaaling, dat men den doop voor noodzakelijk hield? — evanson is wel verpligt ons daar van in dezen tijd te waarfchouwen, gelijk hij ook getrouw doet; — maar de Apostelen zouden zulks niet hebben gedaan, niet hebben moeten doen! Zij zouden het doopen hebben geduld, als noodzakelijk, zelfs hebben laten aanprijzen, daar het alleen rustte op de gebrekkige vertaaling van mattheus Euangeli. Wanneer wij dan

het gewoon menfchenverftand willen gehoor geven, dan is 'er alle nodige getuigenis voor de echtheid van mattheus Griekfche vertaaling.

Laat ons voor den eenvoudigen dit nog nader ophelderen door een voorbeeld. —— Men veronderftelle eens, dat de 1'chriften van piuestley, evanson en steinbart in ons vaderland in zulke achting kwamen, als de fchriften der Apostelen, onder anderen in de eerfte en twede eeuw, waren. — Men veronderftelle verder, dat elk dezelven las, aanhaalde, en 'er zulk een gebruik van maakte , als men deed van de fchriften der Apostelen in dien tijd. — Nog

ver03 Dus heeft hij juist, wat hij begeert. —.*Lees de getuigen bij Prof. van voorst in, het Haagsch Cenooochap van het jaar 87S8. bl» 372.

B 3

Sluiten