Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C xö )

de venaa'ing van m a t t h e u s, de wijl aüe da-oude Overzettingen en Schrijvers van dien tijd dezelven met even zo weinig bedenking aannaaien , als zij de originele Griekfche Schriften van het Nieuwe Testament doen. —

Dewijl wij ons hier beroepen op den vroegen ouderdom vooral van de oudfte Overzettingen des N. T , verzoek ik ' dat de Lezer hier over MiCHAëLis in zijne Inleiding in

de fchriften des N. T. raadpleege. Dit ééne voeren

wij enkel als een ftaaltjen aan: §.57. lezen wij eene getuigenis van gregorius BAR HEBREUS alias a B u l p h a-

bagius, dat de Syrifche Overzetting ten tijde van den Apostel THADDyEus is gemaakt. ■ -

Uit dit beredeneerde volgt dierhalven, dat het niet nodi<* is, dat men veronderftelle, dat mattheus eigenlijk in het

Grieksch zoude gefchreven hebben Neen! op de eenparige

getuigenis der oudheid nemen wij, en neemt e v ans on aan

dat mattheus in 't Hebreeuwsch fchreef. Maar ook

is dit bellisfend betoogd, dat de vertaaling van mattheus ons niet minder bruikbaar is, dan het oorfpronglijke zoude

zijn. Laat ons bij het betoogde nog dit voegen, dat

evanson op gezag der oudheid aanneemt , dat mattheus in het Hebreeuwsch fchreef: maar op het daadelijk gezag dier zelfde oudheid voor de bruikbaarheid der Griekfche overzetting van dat Euangeli telt Hij niets. ■ .

Men oordeele dan nu, wat een verftandig en opregt Onderzoeker gevoelen moet, wanneer hij een evanson bezig ziet om ons Grieksch Euangelium van mattheus onbruikbaar te maaken op zulke gronden, welken tegen alle Gelchiedkunde en de gezonde Reden aandruisfchen. Vooral wanneer hij verneemt, dat die man zich in eenen adem tegenfpreekt, daar hij dezelfde getuigen in het ééne geval gelden laat, en in het andere niet.

■ Ter nadere opheldering van het beredeneerde, moeten wij er nog bijvoegen, dat men dikwerf fpeelt met het woord getuigen, of getuigenis. Van duizende gevallen kan men geen ftellig getuigenis hebben, maar daarom een zeker getuigenis. Bij voorbeeld, wanneer niemand in ons Vaderland gefchreven had, de vertaaling van priestley's werken is echt, zou men geen ftellig getuigenis hebben. Maar als geen Journaal- of ander Schrijver fchreef, die vertaaling is onnauwkeurig , zou men een zeker getuigenis voor de

echtheid hebben. . Vooral is dit waar van boeken in

zulk gebruik, en in zulke achting, als onze Bijbelboeken, niet weten, wie den brief van evanson heeft vertaald, kunnen w] op de vertaaling geen ftaat maaken ?

Te Amfterdani, bij M. de B RU IJ N, in de Warmoesllraac,

Sluiten