Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

D E

GODSDIEISTV1IEID*

En wij weten dat den genen , die God liefhebben , alk dingen medewerken ten goede.

rom. VIII: 28é

HET NUT DER TEGENSPOEDEN.

Om aan bet verzoek van fommigen mijner Medechristenen te voldoen, zal ilc thands hun, die met tegenfpoedert worftelen, iet aan de hand geven, dat een middel kan zijn, om eenige verlichting aan hun gemoed toe te brengen, en dat hun tevens ter hulpe ftrekke, om rijk voordeel te raapen uit hunnen tegemvoordigen toeftand.

Gij Deugdzamen ! die door ramp op ramp gefchokt, ert door ftorm op ftorm beltreden wordt, gij weet, dat alle wederwaardigheden dezes leevens, van wat natuur ook, van God komen. „Ik,zegt Hij,formeer het licht en fcheppe de „ duisternis, ik maak den vrede,en fchep liet kwaad; ik de „ Heeredoe allé deze dingen." (*)Zij ontfpringcii niét uit hei ftof; zij zijn geen uitwerkfels van een zinneloos geval: maar de beftelling van een alvvijs, van een alvoorzienig God: die

jM

(•) Jff. XLV: 7.

lil. deel, C

Sluiten