Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 21 )

•rus jesus onzen Heere. --— Leeft op deze belofte •

ftapt rustig lustig door alle gevaaren heen — elk uwer zij een held als p au lus !

Schroom doorn r.och distelflruik, al wordt het vleesch gereten, Het kind, van God bezocht, is niet van God vergeten.

Gij moet ook vooral, in uwe wederwaardigheden , u opbeuren met de gedachte van de voordeelen , welken daar uit voor u zullen voordvloeieu. Gelukzalig, en niet ellendig, is de mensch, dien God jlraft of tuchtigt. (*) En zulks om deze rede, nademaal alle zijne genadige kastijdingen (hoewel gten zaak van vreugde maar van droefheid) eene vreedzame vrucht der gerechtigheid werken, voor de genen, welken 'er door geoefend zijn. (f) Des Heeren wegen zijn niet gelijk onze wegen. De kinderen, die wij liefhebben , zullen wij gereedelijk met al te zachte woorden en verzotte ftreelingen eener te verre gaande toegevendheid behandelen; en wij zullenze ie dikwijls, maar al te dikwijls, involgen tot hun nadeel, indien niet tot hun verderf en ondergang. — Maar de Vader der geesten is wijs in zijne liefde, en uit goedheid is hij ftreng. Hierom ftaat 'er: dien hij lief heeft, kastijdt hij, en hij geesfelt eenen iegelij'ken Zoone , dien hij aanneemt. (§) Zoudt gij, waarde Medechristenen! geen kinderen willen zijn van dien eeuwigen Vader, wiens goedertierenheid beter is dan het leven ? Zoudt gij geen erfgenamen willen wezen vau eene onverderflijke, onbevlekte en onverwelkelijke erfenis ? De rampen zijn het pad tot dat zegenrijke Vadersgoed. Door veele verdrukkingen moeten wij ingaan in het Koningrijke Gods, («) is Aposteltaal. Zoudt gij niet gelijkvormig willen gemaakt worden, aan uwen eeuwiggezegenden Verlosfer? Hij was een man van fmerten, en verzocht in krankheid, in wederwaardigheden, in droefheid : en elk rechtfchapen Discipel moet verwachten te zijn gelijk zijn Meester. (j)

Vraagt gij, wat voordeelen 'er fpruiten uit de verdrukkingen en wederwaardigheden dezes levens? Ik andwoord zeer veele en dierbare. Zy ftrekken om ons te

fpeenen van de wereld.— Wanneer onze paden met roozen beftrooid zijn : wanneer niets anders dan gezang en welriekende geuren ons omringen; hoe geneigd zijn wij dan, om verliefd

H S^ViS* Ct) Helu W CD «*!, XB: 6. C,) üond. XIV; sa. GO Jef. LUI: 3. Luc, VI: 40.

C 3

Sluiten