Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 34 )

De wet is doorn os v.s gegeven, en ie field deer de engelen. Doch door beiden als dienaars, welke den Heer en het volk,in de wetgeving, op onderfcheiden wijze, gediend hebben. Dan , waarin hunne onderfcheiden dienden bedann hebben , is ons niet duidelijk befchreven. ^ Dit is zeker, dat johannes, als hij zegt, de wet is t/oer moses gegeven, meer bedoelt het Mofaisch recht in zijn geheel, dan wel de wet der X geboden.

En hoe deze laatfte door hem, als een' dienaar des Heeren ook m gezonden zin, kon gezegd worden gegeven te zijn, zal ons ftraks in 't vervolg nader van zelfs blijken.

Dat de wet door de engelen befte ld zij in de handen des Middelaars, hieruit, gelijk ook uit andere plaatzen, blijkt wel, dat de engelen den grooten Wetgever in het geven van de wet zijn dienstbaar geweest, en dat dit in de kerk ten tijde van paulus zij geloofd geweest, maar hoe en op weike wijs zij alle hunne dienden verrigt hebben, blijkt ons niet. De gefchiedenis van moses geeft ons hier van geen berigt. Van zich zeiven zegt hij nog iets,maar van de engelen niets. Alleen mag men denken, dat zij het waren , die de bazuinen bliezen, waarvan moses (*) gewag maakt, en dat zij de eerde en twede deenen tafelen, met Gods vinger befchreeven, gefield hebben, uit's Heeren naam, in handen van m o s e s.

En dit laaide is zeker ook alles, dat paulus aan de Galaten fchrrjft, als hij zegt, de wet is bedeld in de handen des Middelaars. Trouwens dat moses, waarlijk, als een middelaar tusfchen God en het volk, verkeerde, vooral op Sinai, kan niemand onbekend zijn.

En uit de woorden van step ha nu s in de Handelingen der Apostelen , volgt niet, dat de Engel des verbonds de wet van Sinai hebbe afgekondigd, maar dat hij met moses op den berg gefprooken hebbe, toen de wet gegeven werd.

Het geen de Apostel aan de Hebreen fchrijft -.ziet toe dat gij dien, die [preekt, niet verwerpt, want indien zijniet ontvloden zijn, die den genen verworpen, die op aarde Godlijke antwoorden gaf, hoe veel min wij, zoo wij ons van hem af keer en , die van de hemelen is, wiens flem voormaals de aarde bewecgde —, (f) dit is wel van meer gewigt en moeilijkheid'^ maar ook zoo beflisfend niet, of ter blijft veel bedenking' over. Én, hoewel de Engel des verbonds meermaals tot de vaderen fprak , hieruit volgt echter niet, dat Hij het ook moet zijn, die de wet fprak. Het volk, aan het welk God zijne wet gaf, is Israël, het Joodfche volk, de talrijke nakomelingfchap van abraham, ss aac en jacob, welke laatfte met niet meer dan 72 zie-

C) Exoi. X. Ct) Bttr. XII: 25, af.

Sluiten