Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 35 )

len in Egypte kwam, maar wiens kroost thands tot veele honderd duizenden binnen weinig jaaren was uitgebroken.

En dit zonderling verfchijnzel moet niemand bevreemden. Aangezien de Heer, die zoo groote zaken met dit volk had voorgenoomen, hun buitengemeen vruchtbaar maakte, en zodanige oorzaken, waardoor wij en andere volken minder vrtigtbaar zijn, ten hunnen opzigt, geen ftand liet grijpen. (*)

Zie daar het volk, waar aan God de wet gaf, weshalven de Apostel ook dit onder hunne voorrechten telt, dat hun de woorden Gods waren toevertrouwd, (f)

Wat de p!a«s belangt, waar God zijne wet aan Israël verkondigde. Het was de woestijn van Sinai, een uitgebreide onbebouwde landltreek in Arabië , daar Israël thands gelegerd was, om 's Heeren woord te hooren, en de berg van den zelfden naam, anders Horeb genoemd, van welken God zijne Hem tot den volke liet hooren. Deze berg is in zijn geheel, en nog heden, van een vrij grooten omtrek, en maakt verfcheiden kliften, fteilten, en tusfchen beiden liggende groote vlakten, waar onder ook het dal Raen de rots Meriba geteld worden. De top vertoont zich fteil en kegelachtig. Het gebergte is meestal vol beddingen van marmerfteen, van verfchillende foorteu, en vooral van marmerachtigen Granietfteen, van roode of purper kleur, en van meer andere verwe. (§) Ook is de berg verbaazend hoog , zoo als men mag afnemen uit de hooge fteenen trappen, welke de Keizerin heun*, moeder van constanTYNden grooten, uit Godsdienftigen eerbied voor dien heiligen oord', van den grond tot aan den top, deed bouwen, volgends de gefchiedenis, bij leo allatius, óöoo in getal, waaruit, hoewel de meesten van die trappen door tijd en toeval ingeftort of verlieten zijn, de aanzienlijke hoogte van den kruin des bergs, nadien de nog tegenwoordig overig gebleevene, min of meer een voet hoog, van elkan. der (laan, van zelfs kan berekend worden. Zie daar de plaats, alwaar Jacob Gods heiligdom wierd, Israël zijn volkoomen

^ De tijcf ider Godlijke wetgeving wordt bij moses niet juist bepaald. Alleen berigt hij , dat het in de derde maand na den uittogt uit Egypten was, toen Israël m de woestijn van Sinai kwam , alwaar zij nog eenige weinige dagen wierden voorbereid om de wet uit Gods mond te ontvangen, en te leeren, waartoe zij uit de Egyptifche flavernij verlost, en in vrijheid gefield waren. Niet om in vleeschlijke lusten voordaan te leeven, maar om Gods geboden te ■ be«

(J No. XIII. II. D. CD Rom. III. C§) sh aw I. D. P. «M£ p. 67. nieburh Befchr. von Arob. p. 401. «1 CALMftX s DiCtwan. IJOCü deze is min naauwkciuig. O) Pf. CXIV: E a

Sluiten