Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 39 )

mijne (tem niet gehoord ,miin volk heeft mijner niet gewild. Zij veranderden de heerlijkheid van God in de gedaante van eenen os,die gras eet. Het veertigdaagsch verblijf van moses op Sinai, geduurende welken tijd hij het gantfche wetboek van God aldaar moest magtig worden, verdroot hun ten langen laatften, onder het losfe voorgeven, dat zij niet wisten, wat hem mogt zijn overgekoomen. Zij gooten zich, derhalven, onder het opzigt van aSron, een goulen kalf, ze zeiden , dit zijn uwe Goden , ó Israël, en wijdden het in met blijdfchap en vrolijkheid.

Mos es komt intuslchen van den berg met de twee fteenen Tafelen in zijne hand, met die twee fteenen tafelen, op welke de wet, zo als zij van God zelf uitgefproken was, door i Gods eigen hand in fchrift gefield en gegraveerd ftond op beide haare zijden, en welke zo geheel en al Godes werk waren, dat wij zelfs niet anders merken kunnen, of zij zijn ook zonder menfchen handen op den berg toebereid, waarschijnlijk uit dien zelfden marmcrachtigen graniet, van welken wij hier boven gefprokeu hebben.

Met deze twee fteenen tafelen, zeg ik, komt moses, Israëh getrouwe legerhoofd, vooraf reeds van God verwittigd van 't geen 'er in het leger gebeurd was, van den berg nederwaard, hoort het dwaas geroep, ziet het kalf, en de reien, en werpt,vol van ijver en verontwaardiging tegen het afgo-« disch en ondankbaar voik, debeide heilige tafels op den grond in (lukken, voor hunne oogen. Q*) Eene daad van blanke onfchuld en van groote beduidenis. Daar lag nu Cods verbond, zo pas te voren, met zo veel plegtigheid, onderzo veel begunftiging der Godlijke majefteit opgericht, met zo groote bereidwilligheid, beloften en aandoening,aan's volks zijde, omhelsd en aangenoomen, fchandelijk verbroken.

Dan na behoorlijke wel verdiende en regtmaatige draf en tugt, na boetvaardige fchuldbelijdenis en vernedering des gantfcheu volks, herftelde God de breuk op moses aanhou. dende voorbidding, en beval hem twee andere fteenen tafelen, waarfchijnlijk, uit dezelfde foort van fteen als de vorigen, en van dezelfde form en gedaante, na te maaken, en daarmede ten berge op te klimmen, ten einde ze daar als de eerfte gegraveerd wierden. (f) Moses komt ook met deze nieuwe fteenen tafelen, welke wel zijn maakfel, maar echter ook , als de oorfpronglijke, met Gods vinger befchreeven waren, andermaal, van den berg af, en lag 7» vervolgends neder in de arke, om aldaar ter eeuwige gedachtnis bewaard te worden. (§) Met dit Godlijk fchrift en graveerfel gaf God zijn volk

een

CO Exod. XXXH: 15-20. Deut. IX: 10- 18. (£) Exod. XXXIV. (§) Deut. X; g.

Sluiten