Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

(4* )

Elk mensen heefc zijne zorgen, bij moet zorgen. — Maar, in welk opzigt? In zoo verre hij met zijne zorgen onder Gods zegen iets ter uitvoer kan brengen. — Hij moet zorgen dat hij op de eene of andere eerlijke wijs zijn brood heeft,—door de wereld geraakt,—zijn gezin gelukkig maakt, — en zoo al meer. Hij moet zorgen, wanneer hij krank is, of hem eenig ongeluk treft, dat hij, zoo veel hem mogelijk is , de beste middelen ter herlïelling , — ter redding bij de hand neemt. Hij moet zorgen, dat hij zich niet moedwillig , niet roekeloos in gevaar begeeft. Hij moet zorg dragen dat hem door zijne onoplettendheid geene rampen overkomen. Gaat hij over Zee, hij moet overwegen, of Schip en Schipper wel gefcbikt zijn om hem onder Gods bijlland aan de plaats zijner begeerte te brengen. Laat hij zich door het moedig ros ergens heen voeren , hij moet wel toezien of rijtuig, paarden en voerman ook voorwerpen zijn, op welken men niet vertrouwen mag.

In deze en andere opzigten is het 'er zoo verre van af, dat de Christen zorgeloos zoude mogen wezen, dat hij in het tegendeel in zulke en diergelijke gevallen enkel zorg, enkel ijver is. Ligt zijn hooi, liggen zijne graanen gemaaid op 't veld, hij laat niet een eenig bekwaam oogenblik ter inzameling voorbijgaan. In zulke gevallen is hij in het zorgen de eerfte, — in ijver de voornaamfte. Hij flaapt niet in den oogst, neen! dan getroost hij zich wel eens flaapelooze nagten.

Dierhalven is de Christen in het geheel de zorgelooze mensch niet. Neen! Hij zorgt in alle die gevallen, welken onder zijn bereik zijn, waarin hij met Gods hulp voor. deren kan ! Ja! hij oordeelt, dat zij geen waare Christenen kunnen zijn, welke op het zweet van een ander zoeken te leeven. Men heeft 'er, helaas ! zoodanige veelen gevonden, die onder den naam van godzaligheid hun beroep lieten varen, — zich aan de luiheid overgaven en het op de giften en onderlteuning van mildaadige Christenen, als welke verpligt zouden wezen , vooral aan de huisgenoten des geloofs weltedoen, lieten aankomen. Wij verklaren zulk foort van menfchen zoo verre van de vroomheid, godzaligheid verwijderd te wezen, dat wij ze voor gevaarlijke bedriegers houden, waar tegen wij allen, bijzonder eenvoudige zielen, willen gewaarfchouwd hebben, dat zij zich door zulke fchuimlopers niet laten opeeten, noch om den tuin leiden.

Zorgt

Sluiten