Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 44 )

teld wordt door het akelig denkbeeld , dat deze of die kwaal hen het leven tot gal en alfem zal maaken. Dit een en ander kon in veele bijzonderheden worden opgehelderd : doch onze Lezers kunnen uit de bijgebragte voorbeelden genoeg opmaaken, welk foort van menfchen wij bedoelen.

Vraagt nu iemand , of zulke menfchen niet onder de zeldzaamheden op onzen aardbodem moeten geteld wor» den ? Helaas ! Gave God dat! — De aardbol krielt 'er van. — tiet gros van adams kinderen geeft zich aan zulke zorgen over. Bevaar de Zee, bereis de wegen in het gezelfchap van menfchen , verkeer met menfchen , en oogenblikkelijk zult Gij bewijzen van zulke nuttelooze , dwaaze zorg aantreffen. — De woorden , het angstvallig rondom zien, het verbleekt of veranderend gelaat, het tekent alles gemoederen , die tusfehen hoop en vrees geflingerd worden en geene ruste hebben voor hunne zielen. Niet dat wij juist alle zulke menfchen uit de rei der waare Christenen zouden uitfluiten. Neen! wij veroordelen geen menfchen, maar een verfoeilijk kwaad. Braave , maar echter zwakke Christenen gaan aan dat euvel, helaas! maar al te zeer mank. Doch dit wilden wij te kennen geven, wanneer de waare Christen meer en meer gebeeld wordt naar het beste voorbeeld jesus, maakt hij zich ook meer en meer los van zulke verkeerde zorgen.

Zulk een Christen toch is wel overtuigd, dat hem allerlei rampen kunnen overkomen , dat hij de eerfte reis de beste te fcheep , of te land , ongelukkig kan worden , kan omkomen. Maar dit heeft geen invloed op zijn hart om het in het minne angstvallig te maaken. Hij bedenkt toch, dat hij zoo wel in zijn huis door een* enkelen mistred den dood in de kaaken kan Horten. Dierhalven legt hij volflrekt alle zorgen, ingevalle die boven zijn bereik, zijne berekening zijn, af — hij geeft die aan God over. — Heeft hij nagegaan of Schip en Schipper gefchikt, — bekwaam, het tuig, — alles, — in orde is, dan is hij zoo gerust, als lag hij op het zachte dons in zijne woonftede. — Met eene bewonderende bedaardheid beziet hij zelf het woedend rollen en klotzen der fchrikverwekkende baaien. — Is hij overtuigd, dat het rijtuig hecht en fterk, de voerman bekwaam en nuchteren is, dan rekent hij op geene mogelijke gevaren. — In

het.

Sluiten