Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 45 )

het tegendeel dien kostelijken tijd, welken veele aan den

Afgod vrees offeren , hefteed hij in het befchouwen van de fchoonheden der Natuur. Met één woord — hetgeen mogelijk is, trekt hij zich niet aan. Zulk foort van menfchen, die zich daarover bekommer ïn, belacht hij zelfs. — Omtrend het mogelijke te zorgen is bij hem dolle dwaasheid. Dan had hij wel eeuwig wak. — Het is xoch mogelijk, dat een zinneloos mensch hem ontmoet en den doodfteek geeft. — Het is mogelijk, dat hem elkoogenbuk

een hollend paard overvalt verplettert. — Het is

mogelijk, dat een aordbeeving alles doet inftorten en hij ook zoo omkomt. — Intusfchen is hij niet zinneloos genoeg, om zich hier mede bezig te houden! Met één woord! Mij loopt nooit angstvallig vooruit. Hij zorgt niet vooruit tegen mogelijke rampen. En zoo beantwoordt Hij juist aan het voorfchrift van christus. Want dat Hij geene betamentlijke zorg veroordeelt, maar alleen zulke zoreen, die beftaan in een vooruitlopen en angstvallig vreezen voor mogelijk kwaad, blijkt daar uit om dat de Heiland zegt elke dag heeft genoeg aan zijn zelfs kwaad.

Hoe dan leeft de onbezorgde Christen? Dagelijks ondervindt hij wel meer of min onaangenaamheden — hij getroost zich die, en zoekt, zoo veel hem mogelijk is, voor het vervolg zulke onaangenaamheden te ontgaan. — Al wat hieromtrend binnen zijn bereik valt, fielt hij met allen ijver ta werk. Maar het overige draagt hij aan zijnen hemelfchen Vader biddende op, dat die het voor hem uitwerke. —Vooral handelt hij zoo, wanneer hem grooter rampen treffen, hij vergeet dan altans niet, God in dien weg te kennen en zijne zorgen op den Heere te werpen.

Voor het overige—al watenkel mogelijk—al wat boven zijn bereikis — daar over bekommert hij zich niet.'—Neen! dat alles laat hij geheel en al aan God over. — Onderneemt hij iets te water of te land, 't welk wel eens met gevaaren vergezeld gaat, doch die hij vooraf niet berekenen kan , als dan begeeft hij zich op het pad, met dit gebed: Almagtige Vader ! Schip, IVagen , Paarden kan ik niet bewaar en , menfchen niet befluuren, mogelijke rampen niet afweereu

. Gij — Gij — kunt alle kwaad afwenden —ik geef mij

daarom geheel in uwe hand-—ik vertrouw mij aan u toe —— ga met mij en't is mij genoeg.-—Verder heeft zulke Christen geene bekommeruisfen meer—vrolijk en welgemoed vervordert Hij. zijne reis —* geftadig dankt en bidt Hij.

F 3 De

Sluiten